Weinig zo afstotelijk als een zeurende moede, maar

Dat de gang bedolven lag onder post, reclamefolders en alle kranten van de afgelopen twee weken, daar moest ik om lachen.
Net als miljoenen andere Nederlanders die lang in het buitenland zijn geweest, verlangde mijn dochter na vier maanden backpacken door Midden-Amerika hartstochtelijk naar een volkorenboterham met oude brokkelkaas. De laatste twee weken van haar reis waren we haar op gaan zoeken in Costa Rica. Als ouders konden we haar trakteren zodat ze eindelijk iets meer keuze had dan de budgetvriendeljke maaltijden die voornamelijk uit bonen en rijst bestonden. Maar toch, ze maakte die laatste dagen in haar hoofd steeds weer opnieuw lijstjes van de oer-Hollandse delicatessen waar ze zo naar smachtte.
Haar 21-jarige broer, die van zijn eigen tussenjaar nog goed wist hoe heerlijk het was om na zo’n lange reis liefdevol onthaald te worden, was de dag voor onze terugkeer naar de broodjuwelier en de kaasdiamantair geweest om haar wens in vervulling te laten gaan. Ookhad hij haring gehaald bij de visboutique en bij de beste banketbakker uit ons stadsdeel Bossche Bollen gekocht. Het was geen verrassing, hij had ons al lekker gemaakt via de app (en een tikkie gestuurd). Wat wel een verrassing was, waren de ballonnen en de slingers aan de deur en de vlaggetjes die door het hele huis opgehangen waren. Hoewel ze alle twee hard moesten blokken voor hun tentamens waren de jongens naar huis gekomen om hun zusje weer uitgebreid te kunnen knuffelen.
Dat, plus het feit dat de broers al twee dagen eerder hadden afgesproken om samen te gaanstuderen in hun ouderlijke huis, vervulde me met liefde en trots.
Dat de gang bedolven lag onder post, reclamefolders en alle kranten van afgelopen twee weken, daar moest ik om lachen. Sportschoenen stonden naast de bank te stinken, jassen hingen over de stoelen in de woonkamer, overal stonden ingedroogde schaaltje kwark en bekers koude koffie. Voor we de lekkernijen konden oppeuzelen moest ik eerst even zoonliefs rugzak en diens leeg gekieperde inhoud van de eettafel ruimen. Een doekje over het blad trekken bleek ook geen overbodige luxe. Sowieso mocht dat doekje nog wat meters maken in de keuken. Het lag ingedroogd tussen de verpakkingen en etensresten op het aanrecht op me te wachten, was sinds mijn vertrek niet aangeraakt.
Twee uur na thuiskomst leek ons huis weer op mijn thuis, in plaats van op een studentenkot. Die status behield het niet lang. Voor ik het wist volgde ik weer een spoor van natte handdoeken, lege chips zakken, Albert Hein tasjes, stinksokken, ov-kaarten, onderbroeken, spuitbussen deodorant, sleutels, studieboeken, opladers en koptelefoons. Ik bukte, raapte en zuchtte. En realiseerde me dat ik het verloren was, die immuniteit voor troep. Nu weet ik dat weinig zo afstotelijk is als een zeurende moeder, dus ik beet op mijn tong. Tenminste, dat probeerde ik, en daarmee lukte het half. Ik blijf ook maar een mens tenslotte. Een die vroeger geen oog had voor teringzooi maar nu helaas wel. Godzijdank ook een die weet dat de vervuilers het ook niet kunnen helpen. Ze zien het gewoon niet. Dat komt later, over een jaartje of vijfentwintig, als ze ouders zijn van net zulke lieverds als ik.






