Voor mij hoeft die bbq niet

 

In elk geval niet op deze manier. Wel als het zo kan zoals bij ons thuis. Maar ach… ik ben natuurlijk weer een abnormale bbq’er.

 

Feestje? Met stokbrood en worstjes? Ik merkte het laatst toen ik een stukje had geschreven over in de tuin eten en de bbq-tijd die er weer aan zat te komen. En dat ik daar zo’n zin in had. De reacties daarop gingen zomaar ineens over urenlang durende bbq-feestjes, waarbij de mannen in charge zijn, er veel gedronken wordt en het, zoals Liesbeth zei, ‘zóveel werk is om alles naar buiten te slepen en weer terug, dat ik het daarom max 1 à 2 x per jaar doe’. Ik begreep ineens wat er bedoeld werd. Bbq’en doe je alleen als een soort feestje. 

 

Bbq-feestjes en eindeloos veel worstjes en vlees en sausjes en stokbrood eten? Oh, ik geloof dat wat ik doe misschien geen bbq’en is. Voor mij is het niet meer dan een soort buitenkeuken waar ik dat visje voor ons tweeën rooster zoals ik dat op het Griekse eiland Skopelos geleerd heb. Nou ja, buitenkeuken… Dat is een erg groot woord voor de opstelling in onze tuin. Stel je er niet teveel van voor. Naast de tuintafel staat een heel simpele bak op pootjes om op te roosteren en daar houdt het mee op. Een dienblad met borden, bestek, bak sla en het te barbecueën voorwerp mee naar buiten en klaar is Kees. Oh ja, wijntje erbij. 

 

Bbq’en op z’n Franska’s gaat zo

 

Hooguit gaat er na het geroosterde karbonaadje nog een rode paprika op om te blakeren en meteen in een plastic zak te stoppen, zodat het velletje er later makkelijk af gaat. Heb ik de volgende dag lekker zachte paprika om aan reepjes te scheuren, een ansjovisje en wat olijfolie overheen te doen. Hup, lekker voorafje klaar. En dat visje van Skopelos? Neem liefst een soort dorade-achtige vis. Peper en zout in de binnenkant doen, paar sneetjes met een scherp mes maken op de dikke delen, dan gaart ie makkelijker, buitenkanten insmeren met olijfolie en dan tussen zo’n visklem op het vuur. Dan is ie zo klaar. En lekker! Helemaal Griekenland in je eigen tuin. Daar neem ik natuurlijk een echte Greek salad bij: ‘Choriatiki’. Komkommer aan brokken, tomaatstukken, ui, plak feta erop, lekker veel olijfolie en oregano. Een kind kan de was doen. Zo makkelijk. 

 

Waarschijnlijk ben ik zo’n bbq’er geworden omdat het me met de paplepel is ingegoten. Want vroeger bij ons thuis was er alleen een klein roostertje in de tuin, waarop m’n moeder op haar hurken de sateetjes zat te roosteren.

 

 

 

Vervolgens werden die binnen bij de rijsttafel of bij de nasi goreng opgegeten. Misschien heet dit wel helemaal geen bbq’en, maar roosteren… Oh wacht, spraakverwarring dus? 

 

Die bbq-traditie van tegenwoordig, waarbij je uren in de rook staat, biertap erbij en stapels ‘mwah’- vlees naar binnen staat te werken, is dus niet echt mijn ding. Hoewel… die biertap vind ik dan weer wel gezellig. Dus ik kom wel hoor, als je me uitnodigt. Dat dan weer wel. Zul je zien dat ik alsnog een zwik van die worstjes naar binnen werk. 

 

Door: Franska

Fotografie: Nikita Holst

Afbeelding van Franska