Vaders verdienen de hoofdrol

esther goedegebuure

Gisteren vond ik het boek Vaders in mijn brievenbus. Een bundeling gesprekken met bijzondere vaders om zo het veranderende vaderschap te vangen. Want waar de vader vroeger het vlees sneed op zondag en zorgde voor het dak boven het hoofd en het brood op de plank, is het fenomeen vader getransformeerd tot een zachte versie die je zomaar met draagdoek met daarin de baby op de buik over het strand ziet wandelen. Journalist en schrijver Esther Goedegebuure was altijd al gegrepen door het ouderschap en schreef na haar boek Moeders nu een vader-variant. Een gesprek met de auteur die ook nog eens een dierbaar persoon in mijn leven is.

Lieve Esther, het lijkt mij dat jouw uitgever je meteen na Moeders al vroeg om te beginnen aan deel 2: Vaders. Was jij er ook al klaar voor of moest dat idee even groeien?

Ik had het contract voor Vaders al getekend voor Moeders in de winkel lag, dus het klopt, na een enthousiaste start, heb ik het ook even een jaartje aan de kant geschoven. Ik had het druk met andere schrijfopdrachten maar was ook zoekende naar een ingang. Moeders was heel persoonlijk, vanuit mijn eigen ervaring. Hoe ging ik het vaderschap nou persoonlijk benaderen? Toen ik een serie deskundigen had gesproken, werd me ineens duidelijk hoe dat vaderschap vanaf de generatie x, geboren tussen 1955 en 1970, veranderd is. Vanaf toen zijn ouders dichter bij hun kinderen gaan staan, niet vanuit gezag of hiërarchie gaan handelen, maar vanuit verlangen naar verbinding met hun kinderen. Ik zag dat mijn eigen Lodewijk, vader van onze drie kinderen, een heel goed voorbeeld was van een vader die meer betrokken was en beter zijn emoties kon tonen in het vaderschap. Toen wist ik dat ik die gesprekken met die andere vaders ook zo ging aanvliegen, vanuit het thema van het snel ontwikkelde vaderschap.

Wat ik heerlijk vind aan jouw boeken is dat je elk gesprek/interview begint met een persoonlijke introductie en bespiegeling op jouw eigen leven en dan het haakje uitwerpt naar degene die je hebt uitgekozen voor dat bepaalde facet van je boek. Het uitkiezen van gegadigden lijkt me ook een heerlijke taak geweest. Alsof je door de snoepwinkel wandelt. Welke vaders stonden meteen al hoog op jouw wensenlijst?

Ik wilde vaders spreken waarvan ik wist dat ze een verhaal hadden. Eric Corton bijvoorbeeld was ernstig verslaafd terwijl hij jonge kinderen had. Bart Chabot is door zijn vader mishandeld en zelf bewust thuisblijfvader voor zijn vier zonen. Rick Paul van Mulligen heeft een regenbooggezin, Lykele Muus is een pleitbezorger voor het co-ouderschap. Ik was op zoek naar een divers beeld en zocht daar mannen bij die goed kunnen praten.

Ook heel fijn aan jouw boek: je kunt het gefragmenteerd lezen. Ik ‘pak’ steeds een vader wiens verhaal me op dat moment aanspreekt. Ik ben heel benieuwd met welke vader de meeste lezers beginnen, ik werd meteen in het verhaal van A.F.Th. van der Heijden gezogen, de bejubelde schrijver die zijn zoon Tonio verloor in een verkeersongeluk. Ik kan me voorstellen dat je er bij hem het meest tegenop zag om hem te benaderen…

Ja dat heb ik tot het einde uitgesteld. Hij woonde jarenlang bij mij in de buurt, zijn zoon was naar dezelfde basisschool geweest als de mijne. Ik had alles nog en hij niets meer, dat vond ik behalve intens treurig ook zo’n ongemakkelijk uitgangspunt. Ik durfde niet goed te vragen naar dat leed. Tot ik bedacht, hij en zijn vrouw willen juist graag over hem blijven praten, om hem op een bepaalde manier levend te houden.

Je schreef hem ook een brief, geen e-mail. Dat vond ik heel romantisch en passend bij zijn persoon. Heb je ook bewust voor dat communicatiemiddel gekozen?

Ik wist dat hij geen mensen meer ontvangt, nauwelijks nog iemand ziet of spreekt. De spaarzame interviews die hij geeft gaan schriftelijk, via zijn vrouw Mirjam. Hij stuurt zelf ook geen e-mails, doet niets met de computer, hij tikt op de schrijfmachine. Ik had een brief en een exemplaar van Moeders via zijn uitgever gestuurd maar hoorde niets. Na meer dan een maand zocht Mirjam contact, ze was verbaasd dat ik nooit had gereageerd op Adri’s brief. Bleek dat hij me per omgaande had geantwoord, maar dat die ellelange brief nooit aangekomen was! Gelukkig bewaren schrijvers van die generatie al hun correspondentie, dus ik kreeg een kopie. Zo begon een briefverkeer. Heel dierbaar en ontroerend. Ik heb daar regelmatig wat tranen bij gelaten. Ook uit dankbaarheid, dat hij dit voor me heeft willen doen.

Je vertelde me al eerder dat je het gesprek met Sander Schimmelpenninck zo inzichtelijk vond omdat hij benoemde dat de manier waarop vaders zich vormen ook systemisch is. Leg dat eens uit.

Sander vertelde dat zijn Nederlandse vrienden altijd zeiden dat ze niet zo veel met baby’s hadden, het pas leuk begonnen te vinden als de kinderen konden praten. Dat komt volgens hem omdat die vaders nauwelijks zorgen voor die baby’s. In Zweden krijgen vaders en moeders samen anderhalf jaar zorgverlof voordat het kind naar de crèche mag. Die eerste tijd zorgen ze alle twee even veel, daarna gaan ze beiden fulltime aan het werk en het kind naar hele goeie, bijna gratis opvang. Als je door het systeem gestimuleerd wordt die eerste tijd veel te zorgen, ga je het vanzelf leuk vinden. En als de overheid ruime verlofmogelijkheden en kwalitatief hoogwaardige kinderopvang creëert, heeft dat invloed op de zorgcultuur.

De manier waarop vaderschap tot uiting komt, is in twee generaties tijd diametraal veranderd. Hoe zie je dat verschil bijvoorbeeld tussen jouw vader en hoe jouw man het vaderschap invult?

Mijn ouders waren pas 22 toen ik werd geboren, mijn vader studeerde nog en was relatief heel modern en veel thuis. Maar hij was ook een product van zijn tijd. Een man als Lodewijk is gevormd door de ontwikkeling van psychologie en pedagogiek, heeft veel meer kennis over de rol en de emotionele invloed van ouders op kinderen. Vaders waren vroeger niet zo gewend zich aan te passen aan de kinderen, sorry te zeggen, zich te verplaatsen in het gevoelsleven van een kind. Dat hadden ze ook niet van huis uit meegekregen, dat heeft te maken met tijdsgeest. Maar ook met welvaart, cultuur, waarin meer ruimte komt voor persoonlijke ontwikkeling, de focus op onderlinge relaties ligt. We zijn ons steeds minder autoritair zijn gaan opstellen.

Vertel me eens over je schrijfproces. Hoe ging dat in zijn werk?

Als freelancejournalist verdien ik mijn geld met schrijven voor kranten en tijdschriften, dus dit boek heb ik ernaast gedaan. Maar wel op aaneengesloten dagen. Ik ben niet iemand die af en toe een uurtje aan haar boek gaat zitten tikken. Ik raad altijd aan om een weekje vrij te maken en dan met je materiaal onder te duiken en heel gedisciplineerd aan de slag te gaan. Lange dagen, in joggingbroek en de telefoon in de hoek achter de laptop rammen. En alleen de deur uit om met de hond te wandelen.

Ik kan altijd een beetje plankenkoorts hebben voor een interview, terwijl ik het uiteindelijk misschien wel het leukste vind om te doen. Kon jij ook een beetje tegenop zien tegen het gesprek, gewoon omdat je wilde dat het allemaal goed en geweldig zou zijn?

Absoluut. Zeker als ik iemand bewonder ben ik altijd wat zenuwachtig. Maar het leuke was dat de mannen die ja zeiden ook heel open en bereidwillig bleken. Ze raakten soms ook ontroerd door hun eigen verhaal, tot tranen toe. Dat was zo’n mooie ervaring. Ik ging na zo’n gesprek altijd helemaal opgetogen en vervuld de deur uit.

Van welke vader had je een heel ander beeld voor je gesprek dan dat hij bleek te zijn?

Edson de Graça kende ik niet, hij oogt als zo’n hele stoere gast maar is heel zacht en ook echt van nu, doet aan co-sleeping, waarbij het hele gezin in een bed ligt. Van Özcan Akyol had ik een wat harder beeld, maar ook hij is heel goed in het tonen van zijn gevoelens. Hij geeft zijn vrouw Anna ook heel veel credits, om de vader te kunnen zijn die hij wil zijn. Wil het zo graag beter doen dan zijn eigen vader, die echt een bruut was. Deze twee vaders zijn trouwens zelf alle twee opgegroeid in armoede en zijn er ook heel duidelijk op gespitst te compenseren wat ze zelf hebben gemist.

Je boek ligt nu in de winkel. Trots en tevree? En heeft de uitgever al een zaadje voor nummer drie geplant? Kinderen, grootouders?

Jaaaa, zo opgelucht blij en trots. Het boek heeft me zelf ook verrijkt en een nieuwe blik gegeven op mannen van nu. Ik wil zeker door met schrijven, maar waarover, dat weet ik nog niet.

Tot slot, waar is je boek allemaal verkrijgbaar?

Overal, online en in de boekhandel.

Door: May-Britt Mobach

Afbeelding van May-Britt Mobach
newsletter image
newsletter close button newsletter image
Word jij ook gezellig
Franska vriendin?
Zo maak je kans op
prijzen en uitjes!