Je merkt bijna nooit dat het er is, tót iemand ineens je persoonlijke ruimte instapt en het voelt alsof er net ingebroken is in je huis en die persoon in je ondergoedlade rondsnuffelde. De personal space a.k.a aura, ook wel persoonlijke bubbel genoemd.
Mijn aura is bij tijd en wijle nogal imposant. Het ding heeft een indrukwekkende grootte. Mocht iemand er toevallig in terechtkomen, dan gaat mijn gezicht daar ook een beetje arrogant en uit de hoogte van doen. Al met al is het een redelijk onbewust proces. Behalve als ik op reis ben, dan zou ik het liefst met afzetlint rondlopen. Dit beperkt zich niet alleen tot vreemden trouwens, ook bij bekenden kan ik ongemak ervaren als ze te lang te dichtbij zijn. Zo klaagt mijn moeder al mijn hele leven dat ik geen kroelerig kind was en ik begon inderdaad pas echt met knuffelen bij dat eerste vriendje. Kroelen moet je niet verwarren met aanrakerig zijn, want ik tik iemand juist wel vaak even op de arm of schouder aan en ik geef graag (korte) knuffels.
Toch zijn er momenten waarop mijn personal space net wat makkelijker geactiveerd wordt. Bij slaaptekort neemt-ie ongekende afmetingen aan, maar ook als de hormonen elke maand door mijn lijf gieren óf als het dag drie van carnaval is. Je leest het al, mijn persoonlijke ruimte is nauw verwant met mijn mentale toestand. Van knus en dichtbij voor intimi, tot bij voorkeur een kilometer afstand voor mensen die ik maar moeilijk kan verdragen. Gelukkig zijn dat er niet al te veel. Daarnaast heeft mijn persoonlijke ruimte ook een tijdslot, als je er te lang in blijft staan, zitten of liggen gaat het alarm loeien. Zo heb ik één vriendin die altijd net iets langer wil knuffelen dan kloppend is in mijn hoofd. Ik voel me altijd vreselijk als ik me van haar losmaak, maar mijn hele lichaam schreeuwt op dat moment dat het genoeg is. Langer overschrijdt in mijn hoofd blijkbaar de grens tussen vrienden en geliefden zijn.
Cultureel bepaald
In NRC las ik dat je die persoonlijke ruimte als een soort sociaal kompas werkt. Hoe groot de persoonlijke ruimte is verschilt, zoals ik zelf vaak genoeg heb ervaren, inderdaad per persoon. De één wil je er van z’n lang-zal-je-leven niet in, terwijl je het bij de ander niet eens voelt dat ‘ie er is. Maar hoe groot die persoonlijke ruimte exact is hangt trouwens ook af van je land van herkomst. Zo spannen Roemenen de kroon met zo’n 130 centimeter afstand tot onbekenden, terwijl een gemiddelde Argentijn al comfortabel is met 80 centimeter. Mensen uit warmere landen laten vreemden wél dichterbij komen, terwijl ze juist weer meer afstand houden in intieme relaties. Dat vind ik zelf opmerkelijk, maar je kan dus zeker zeggen dat afstand cultureel bepaald is.
De afstand doe je tot iemand houdt heeft natuurlijk alles te maken met communicatie. Op het moment dat ik me aangetrokken voel tot iemand, dan laat ik die persoon zonder dat ik me daar bewust van ben dichterbij komen. Wat logisch is, want meerdere onderzoeken tonen aan dat de afstand die we tot iemand bewaren hand-in-hand gaat met of we die persoon aardig vinden. En dit werkt in álles door.
Mijn bubbeltje
Ik werk sinds kort weer één avond per maand in de horeca. Gewoon, omdat ik het miste, ik het zo onwijs leuk vind en het lekker is om iets anders te doen dan dubbelgevouwen achter je laptop te zitten. Maar personal space werkt anders in een bar of klein kroegje. Mensen komen sneller in je persoonlijke ruimte dan ze bij willekeurige vreemden doen. Er is drank in het spel, horeca verbroedert en het is net wat meer geaccepteerd. Wat prima is, maar toch hoorde ik mezelf dit weekend tegen de uitbaatster zeggen dat ik me bij één iemand al een paar keer oncomfortabel voelde. Het is net allemaal wat té. Te lang mijn hand vastpakken, te dichtbij staan, te aanrakerig op ongepaste plekken en dat alles zorgt voor ongemak. Vooral als je je bedenkt dat ik zelfs één van mijn beste vriendinnen soms mijn bubbeltje uit duw.
Mensen die als vriendelijk, extravert en open worden gezien krijgen trouwens makkelijker en vaker mensen in hun persoonlijke ruimte. Maar ook mensen die zichzélf vriendelijk vinden houden minder afstand tot anderen. Net als mannen en jongeren trouwens. Uit onderzoek blijkt dat vrouwen en oudere mensen automatisch meer afstand houden tot vreemden. Dit heeft vermoedelijk alles te maken met een zekere mate van fysieke kwetsbaarheid, legt evolutionair psycholoog Michael Varnum uit aan NRC.
Langs het meetlint
En hoeveel afstand hoor je dan te houden, als je het niet helemaal zeker weet? Antropoloog Edward Hall heeft daar hele handige zones voor opgesteld.
Meer dan 210 centimeter – publieke toespraken
122 tot 210 centimeter – gesprekken met onbekenden
46 tot 122 centimeter – vrienden en bekenden
0 tot 46 centimeter – intieme relaties
Je hoeft gelukkig niet met een meetlint op zak de afstand tot iemand te bepalen. Het is eigenlijk heel simpel, als de persoon in kwestie een terugtrekkende beweging maakt is de kans groot dat je een persoonlijke bubbel in gewalst bent.







