‘Dat ik zielsveel van mijn dochter hou, daar bestaat geen twijfel over en valt niet aan te tornen. Dat mijn liefde voor haar onvoorwaardelijk is, staat ook als een paal boven water. En toch zijn er af en toe momenten waarop ik naar haar kijk en even verward raak. Het kan een blik van haar zijn of haar lach. Haar oogopslag of iets in haar motoriek waardoor ik even van mijn stuk word gebracht en iets zie wat ik liever niet zou zien, en iets voel wat ik liever niet zou voelen. Mijn dochter lijkt namelijk ook op haar vader, en aan hem bewaar ik geen fijne herinneringen. Hij overleed toen mijn dochter bijna vier jaar was. Hij had zich een stuk in zijn kraag gezopen en was daarna in de auto gestapt. Dat deed hij wel vaker, en het was telkens goed afgelopen. Maar die keer liep het anders af.
Verdrietig om zijn dood was ik niet. Als ik heel eerlijk ben, voelde ik me er eerder door bevrijd. Mijn man had namelijk een gigantisch drankprobleem, was wel vaker starnakel bezopen en reageerde zijn kwade dronk heel vaak op mij af. Hij schold en had losse handjes. Nooit zo erg dat ik de straat niet meer op kon, maar erg genoeg om me niet veilig te voelen. Vaker dan eens had ik hem gedreigd bij hem weg te gaan als hij niets aan zijn probleem zou doen. Telkens beloofde hij dan beterschap, en soms ging het dan ook even beter, maar de dreiging was nooit ver weg. Net zo min als zijn volgende terugval. De laatste maanden voor zijn ongeluk was hij vaak zo ver heen dat hij stukken oversloeg en zich de volgende dag niets meer kon herinneren. Behalve dat hier niet mee te leven viel, was er van mijn respect voor hem niets meer over en kon ik met geen mogelijkheid meer voelen dat ik van hem hield.
Na zijn dood concentreerde ik me op mijn baan en vooral op mijn leven met mijn dochter. Wij hadden het altijd goed samen, ondernamen heel veel leuke dingen, konden overal over praten en hadden zelden woorden of gedoe met elkaar. In mijn leven was er nooit plaats voor een andere man. Ik was er denk ik een beetje klaar mee, en daarbij had ik behalve mijn kind niemand nodig.
Gelijkenissen met haar vader waren er altijd. Misschien waren er altijd wel meer overeenkomsten met hem dan met mij. Maar gek genoeg vielen ze me nooit op, en als ik ze al zag, stoorden ze me niet. Het is pas sinds ze volwassen is dat het me duidelijk werd. De manier waarop ze haar ogen opslaat, haar lach en hoe ze haar armen naar achteren zwaait tijdens het lopen; daarin is ze een kopie van haar vader. Heel soms kijk ik dan naar haar en betrap ik me erop dat er iets steekt van binnen. Het is maar een korte prik, maar het is er wel. Een heel kort moment waarop het lijkt alsof ik naar haar vader kijk. Dan voel ik me even van mijn stuk gebracht. Voel ik even afstand. Soms schrik ik van mijn gevoel. Totdat ik mezelf voorhoud dat alle gelijkenissen van de wereld mijn liefde voor haar niet kunnen deren. Want die liefde is onvoorwaardelijk en voor altijd.’
Titia’s naam is gefingeerd. Haar echte naam is bekend bij de redactie.
Er is veel over te vertellen, over moeders en dochters. Daarom hebben we er een reeks van gemaakt waarin elke week andere moeders en/of dochters aan het woord komen. Allemaal met relaties waar we ons aan kunnen spiegelen, in kunnen verdiepen, over kunnen verbazen, van kunnen genieten en van kunnen leren.
Heb jij een moeder/dochter verhaal dat je wilt delen? Dat kan ook anoniem. Als je mailt naar info@franska.nl onder vermelding van ‘moeders en dochters’ nemen wij contact met je op.







