Tineke’s Franse les

 

O shit, dacht ik toen ik een jaar of dertien was, op school op het toilet zat en bedacht dat ik nog een stuk tekst uit m’n hoofd had moeten leren voor de Franse les die hierop zou volgen.

 

Of tekst… Een heel lange zin was al genoeg, maar je moest hem ononderbroken kunnen oplepelen wanneer je werd aangewezen, en dan op zo’n manier dat je niet te onderscheiden was van een heuse Fransman (of -vrouw). Het moest lijken of je vloeiend Frans sprak, maar je wist niet van tevoren wanneer je aan de beurt zou komen om jouw stukje voor te dragen. Het kon dus best zijn dat ik tussen nu en vijftig minuten de klos zou zijn, bedacht ik, maar was dus helemaal vergeten iets te zoeken uit een boek van Sartre of een chanson van Aznavour, en dat er nog even in te stampen. Ik zat daar dus volledig in paniek voor me uit te staren, want ik was – ook toen al – behoorlijk plichtsgetrouw.

 

Huiswerk overslaan? Nooit! Te laat komen, eruit gestuurd worden of de gymles overslaan? Als het twee keer gebeurd is, is het veel! Ik was eigenlijk best een saai figuur, zo vonden mijn klasgenoten, denk ik. Ik wílde wel opstandig zijn, maar ik durfde het gewoon niet. Er was thuis al genoeg heisa, en ik had geen enkele behoefte om op andere plekken ook in zo’n sfeer te verkeren. Ik probeerde het dus altijd overal gezellig te houden en het iedereen naar de zin te maken.

 

Behalve bij de leraar Frans dus nu! Het ging me nu dus tóch gebeuren dat ik ten overstaan van een volle klas moest gaan vertellen dat ik mijn huiswerk niet volledig had gemaakt. Merde! Panique!

 

Of… toch niet?

 

 

Ik had de opdrachten in het werkboek keurig gemaakt, de rij met nieuwe vervoegingen uit het hoofd geleerd, de juiste boeken mee naar school genomen, alles! Ik was dus alleen maar vergeten zo’n stom stukje tekst uit mijn hoofd te leren, bedacht ik terwijl ik naar de deur staarde. Naar de deur en naar het metalen rekje dat daaraan vastgeschroefd zat.

 

Of eigenlijk staarde ik naar de zakjes die in dat metalen rekje zaten.

 

Maar, hé… Omdat ik al vroeg aan toneel deed, was ik best wel goed in staat om snel tekst op te nemen! Dus toen ik in de klas zat en vrijwel meteen werd aangewezen, droeg ik iets voor dat zelfs déze leraar – die nooit iets raar vond, want hij viel rustig in slaap voor de klas, had het altijd over seks en rookte zelfs in het lokaal – de wenkbrauwen deed optrekken.

 

‘Sterk!’ zei hij, terwijl hij naar mij wees.

En dat was niet omdat hij al wist wat er ging komen, maar omdat ik toen nog zo heette. ‘Votre ouvrage, s’il vous plaît!’

 

En ik zette in…

 

‘Après usage, prière de mettre ce sac à seau de toilette. On est instamment prié de ne pas le jeter dans les toilettes, pour éviter une obstruction de la tuyauterie.’

 

En vlekkeloos, hè!

 

Ik kan hem nog steeds opdreunen, wanneer je maar wilt! En het is ook nog steeds zo dat de ene helft van het publiek dan geen idee heeft waar ik het over heb, terwijl de andere helft begint te giechelen.

 

Maar ja… hoeveel Frans ik er nou precies van geleerd heb…

 

 

Door: Tineke

Tineke is schrijfster van de boeken “Toch?” en “Stof Genoeg” en ze blogt ook zo nu en dan. Ze woont op het platteland met één (leuke) man, twee (lieve) kinderen, drie (onbespeelde) muziekinstrumenten, vier (wisselende) mantelzorgprojecten, een (bijna) vijfde boek, haar zesde (luie) kat, en (dus) ongeveer zeven muizen.