Tandartspraktijk Boorman

In de wachtkamer van de tandarts is Tineke getuige van het buitengewone telefoongesprek van de stagiaire met een nieuwe patiënt.

 

De telefoon gaat.
Ik hoor het, de mevrouw met de vrolijke hoofddoek hoort het, en de stagiaire hoort het ook.
Eigenlijk hoort iedereen in de wachtkamer dat de telefoon gaat, behalve de assistente, want die is even weg. En we kijken allemaal naar de stagiaire als het gerinkel maar niet stopt.
Dan grijpt deze dapper naar de hoorn.
‘Neemt zelf initiatief’ kan dus mooi in haar stagerapport, denk ik nog.
‘Tandartspraktijk Boorman,’ horen we haar roepen.
‘Goedemorgen,’ zegt ze dan netjes. En ze pakt de muis, die voor haar ligt.
‘Dat kan. Wanneer wilt u?’ gaat ze verder terwijl ze op het computerscherm kijkt.
Hoe was het ook alweer? hoor je haar denken.
‘O. Voor wie is het dan wél?’ vraagt ze dan.
‘Ja, dat kan hoor. Is ie verzekerd? Dan schrijf ik hem alvast in.’
Klik, klik. Ze weet het weer!
‘Naam…? Adres…?
Hoe? Einsteinweg…?? Is dat met lange of met korte eieren?
Nee, nooit van gehoord.
Kuifjestraat wel, ja. Wat zijn de klachten precies?
Ehhh, dat weet ik niet. Daar heb de tandarts veel meer verstand van als mij. Maar als meneer zijn verzekeringspasje meeneemt, dan kijkt de tandarts dat wel even na, denk ik.

 

‘Ja,’ zucht ze dan, ‘als ze al geen Nederlands kunnen, dan wordt het natuurlijk nooit wat met ze, hè’

 

… Happy niet!? Hoezo, happy niet?
… O. Heb ie wel een indentietijdsbewijs dan?
Een in-den-tie-tijds-bewijs! Want hij moet ze eigen wel legementeren bij ze debutatiebezoek.
Ook al niet… Hmm…
Kan ie wel Nederlands? Want als we niet kunnen communiceren met hem, dan…
Hoe bedoelt u?
O, maar als de tandarts echt iets wilt weten, dan mag de mond weer dicht, hoor. Dan haalt hij alle contributen er weer uit.
Ja! Maar komt u dan wel mee? Anders begrijpen wij er niks van en dan…
Fijn! Dan kan het morgenochtend om acht uur.
… Hoezo, kan ie dan niet? Hij heb toch acute spoed, of niet dan?

O, Nederlandse les.
… Ja, dat is ook belangrijk.
Eh, halluf elluf dan?
Oké, doen we dat…
Ja… Tot morgen dan.’
Ze hangt op, kijkt trots in de spiegelwand en daarna naar mij.
‘Ja,’ zucht ze dan. ‘Als ze al geen Nederlands kunnen, dan wordt het natuurlijk nooit wat met ze, hè.’
En de mevrouw met de vrolijke hoofddoek begrijpt dat ze aan de beurt is.
Ze staat op en knipoogt naar mij.
Soms heb je namelijk helemaal geen woorden nodig, om elkaar te begrijpen. 

 

 

Bij veel van wat ze dagelijks tegenkomt filosofeert én associeert Tineke (schrijfster/moeder/fotograaf/toneelregisseur/echtgenote) erop los.

Fotografie portret: Esmee Franken, Visagie Linda van Ieperen, Haarstylist Mandy Huijs