Tineke vindt de Britten maar aanstellers

 

In Engeland was vorige week wat ophef over een omleiding. En nee, ik heb het hier niet over de Brexit.

 

In verband met wegwerkzaamheden moesten de Britten nu namelijk ook een “klein stukje om” als ze van Dorset naar Godmanstone wilden. Of nou ja, klein stukje… ze moesten om precies te zijn 66 kilometer omrijden! En dat vonden ze bloody lastig voor wegwerkzaamheden die maar fifty f..ing meters besloegen. 

 

Wat een gezeur, dacht ik toen. Ik rij bij elke omleiding zo’n 66 kilometer om. Kan iets meer of iets minder zijn, maar voor mijn gevoel kom ik aardig in de buurt. 

 

Of eigenlijk kom ik dus níet in de buurt. Niet in de buurt van waar ik oorspronkelijk naartoe wilde in elk geval. Ik heb namelijk het richtinggevoel van een buitendeur. Kijk, als ik een afstand al zo’n 35 keer heb afgelegd, dan zijn er geen problemen meer. Dan kom ik heus wel van A naar B. Maar komt er een kink in de kabel, of een pilon op de weg, dan ben ik reddeloos verloren. 

 

Ik kom eigenlijk lopend al niet goed waar ik wezen moet met mijn interne navigatie. Zelfs een winkelstraat kom ik niet zonder omwegen door. Ik stap namelijk steevast naar rechts als ik een winkel uitloop. Ook wanneer ik dus net ben overgestoken naar de andere kant van de straat, omdat ik daar een nóg leukere winkel zag. 

 

Nou ja, en wat gebeurt er dan? Ik denk op een goed moment: Hé, ze hebben hier twee van deze winkels in één straat. En dán pas kom ik erachter dat ik weer aan het heen en weer lopen ben. Ik had nu natuurlijk linksaf gemoeten toen ik de winkel aan de overkant verliet. 

 

Nou… zó lekker is het dus gesteld met mijn richtinggevoel. En dan begrijp je wel dat dit nog erger wordt als ik ook nog andere dingen moet doen. Als ik ook nog moet schakelen, richting moet aangeven, op stoplichten moet letten en andere weggebruikers veilig moet stellen, om maar iets te noemen. Ik heb dan echt geen hersendeeltjes meer over om ook nog de route te blijven (her)berekenen. Dus daar gebruik ik dan mijn “buitenlijfse” navigatiesysteem voor. 

 

Maar wanneer ze dan gaan dwarsliggen op de aan mij aangegeven route, dan gaat het alsnog faliekant verkeerd. Zo kom ik weleens een bord tegen waar dan op staat dat (bijvoorbeeld) de J.J. Jansenkade afgesloten is, en dat ik daarom de borden met een “F” moet volgen. 

 

Ehhh… moet ik over die J.J. Jansenkade dan?? Ik weet dat dan niet. Aangezien ik nooit mijn taxi-diploma heb gehaald, ken ik niet alle straatnamen van Nederland uit mijn hoofd. Dus ga ik dan de “F” volgen, of geldt dit bord niet voor mij? Dat zijn zo van die dilemma’s waar ik het onderweg Spaans benauwd van krijg als ik ergens de weg niet weet. 

 

Ook als ik weet dat ik wél de “F” moet volgen, trouwens. Want op een goed moment komt er dan een “F” met een streep erdoor, en dat zou dan moeten duiden op het einde van de omleiding. 

 

Maar ja… waar precies ben ik dan? Zou ik op dit punt normaal van rechts of van links gekomen zijn? Oftewel: welke kant moet ik nu dan op? En mijn navigatiesysteem, daar heb ik ondertussen dan al slaande ruzie mee. Dat blijft namelijk maar roepen: ‘probeer om te keren!’ Grrr.

 

‘Hou toch je waffel’, sneer ik dan terug. Maar ze zeurt gewoon vrolijk verder. En ik rij voor mijn gevoel dus altijd zo’n 66 kilometer om. 

 

Door: Tineke

Tineke is schrijfster van de boeken “Toch?” en “Stof Genoeg” en ze blogt ook zo nu en dan. Ze woont op het platteland met één (leuke) man, twee (lieve) kinderen, drie (onbespeelde) muziekinstrumenten, vier (wisselende) mantelzorgprojecten, een (bijna) vijfde boek, haar zesde (luie) kat, en (dus) ongeveer zeven muizen.

Fotografie: Nikita Holst

Afbeelding van Tineke