Tineke lijd aan het Hans-en-Grietje-syndroom

 

 

Ha! Ik heb ineens een goed excuus! Sinds ik heb gelezen over het Roodkapje-syndroom vind ik dat ik lijd aan het Hans-en-Grietje-syndroom. Het is dus niet mijn schuld. 

 

Maar laat ik eerst even  uitleggen wat het Roodkapje-syndroom eigenlijk is. 

 

Er zijn namelijk mensen die niet meer naar de Veluwe durven, omdat ze bang zijn voor de wolf die daar is neergestreken. Zij denken oprecht dat ze zullen worden aangevallen, en mijden nu het bos. 

 

Nou ben ik zelf niet bang voor honden, niet voor het bos, en ook al niet voor wild, dus ik denk dat ik aan dát syndroom niet zo snel zal gaan lijden. Ik denk zelfs eerder dat die wolf bang is voor mij, dan dat ik dat voor hem ben. Maar dat komt misschien weer door mijn Sneeuwwitje-syndroom, in combinatie met mijn Assepoester-syndroom. 

 

Zal ik ook even uitleggen! 

 

Ik mocht vroeger na schooltijd nooit blijven hangen bij mijn klasgenoten, omdat ik dan meteen naar huis moest om de boodschappen te doen en het eten te koken. Beetje Assepoester voelde ik me dan. En die jongen waar ik zwaar verliefd op was vond dat natuurlijk maar irritant, dus het duurde niet lang voor zijn aandacht voor mij verslapte en hij overstapte op mijn bloedmooie vriendin. Zij schoof toen haar mooie voetje met plezier in het glazen muiltje en ik denk sindsdien nog best vaak: ‘Spiegeltje, spiegeltje aan de wand… waarom is iedereen toch mooier dan ik, in dit land?’

 

Nou ja, en dát komt weer door die heks van Jamin. 

 

Vroeger was ik namelijk heus wel mooi. Maar sinds die chagrijnige heks bij ons in het winkelcentrum haar snoepwinkel heeft geopend, worden mijn man en ik er als Hans en Grietje naartoe gelokt. We worden vetgemest waar we bij staan, en ik ben als de dood dat ze binnenkort de oven alvast gaat aanmaken. 

 

Maar het is een goed excuus, toch? Wij kunnen er zelf niks aan doen, want het komt door die lelijke trol uit de snoepwinkel. 

 

Trouwens… over trollen gesproken… 

 

 

Zouden die trollen van het internet eigenlijk gewoon aan het Repelsteeltje-syndroom lijden, bedenk ik ineens? Kunnen ze er eigenlijk niks aan doen dat ze mensen onterecht uitschelden, beledigen, en ze soms zelfs echt kapot maken? Ik zie ze ineens voor me: ronddansend om hun laptopjes. En dan keihard zingend: ‘Gna, gna, niemand weet dat ik Repelsteeltje heet.’ 

 

Ooowwwww. Het zijn gewoon dwergjes met een nepprofiel, joh! Helemaal niks bedreigends aan dus. Even onthouden als je één van de zeven geitjes bent bij zo’n wolf! Je moet gewoon in de klok gaan zitten en dan niet reageren. Dan houdt het vanzelf weer op. En anders zijn er tegenwoordig ook nog mogelijkheden om hun ware naam te achterhalen, en dan stopt het ook! Net als bij Repelsteeltje. Maar ze dus vooral niet geloven! 

 

Niet geloven? 

 

Nee! Want sprookjes bestaan niet. En sprookjes-syndromen dus ook niet. 

 

‘Maar we geloven toch ook nepnieuws?’ hoor ik je roepen. 

 

Ja! Moeten we dus ook niet doen! Want ik hou mijn hart al vast voor het aantal syndromen dat dát later weer zal gaan opleveren. 

 

Pffff… Soms zou ik willen dat ik een toverstafje had. 

 

Door: Tineke

Tineke is schrijfster van de boeken “Toch?” en “Stof Genoeg” en ze blogt ook zo nu en dan. Ze woont op het platteland met één (leuke) man, twee (lieve) kinderen, drie (onbespeelde) muziekinstrumenten, vier (wisselende) mantelzorgprojecten, een (bijna) vijfde boek, haar zesde (luie) kat, en (dus) ongeveer zeven muizen.

Fotografie: Nikita Holst

Afbeelding van Tineke