‘Als ik daaraan denk, raak ik verlamd van angst. Precies wat hij wil.’

 

‘Hij zei het al voordat we getrouwd waren. Dat ik moest stoppen met werken als er kinderen kwamen – en natuurlijk zouden er kinderen komen. Een moeder hoort nu eenmaal thuis, zei hij. Ik vond het nog schattig ook. Toen nog wel. En eerlijk gezegd vond ik het geen enkel probleem om niet meer te hoeven werken toen onze oudste er was, want na een half jaar was ik uitgeput van het slaaptekort omdat hij heel slecht sliep. De tweede zwangerschap diende zich aan toen hij nog geen jaar was. Dat ging me eigenlijk veel te snel, maar onze dochter was een wolk van een meisje. Toen ook zij een jaar was had ik weer energie over. Tijd voor een volgende baby, vond mijn man. 

 

Ik moest er niet aan denken. Twee kinderen vond ik eigenlijk wel welletjes. Bovendien zag ik me niet voor de rest van mijn leven alleen maar thuiszitten om voor mijn kinderen te zorgen – en voor mijn man die stilaan steeds meer eisen was gaan stellen. Het eten moest zo ongeveer opgediend staan als hij thuiskwam. Zelfs een kwartier wachten maakte hem al narrig en rondslingerend speelgoed was hem een doorn in het oog. Op een gegeven moment zei ik er wat van. Dat ik ervoor paste om een huissloof te zijn en iedereen op zijn wenken te moeten bedienen. Ik wilde weer aan het werk ook. In mijn vak als apothekersassistente kon dat immers heel makkelijk parttime. ‘Geen sprake van’, wat hem betrof. Dat derde kindje zou en moest er komen en daarna zouden we wel zien. 

 

Nummer drie is inmiddels vier jaar oud. Een half jaar geleden heb ik het voor het laatst aangedurfd om over werken te beginnen. Hij werd pislink toen. Wat de reden is, kan ik alleen maar raden. In de loop van de tijd heeft hij me steeds meer afhankelijk van hem gemaakt en naar zijn hand gezet. Vriendinnen zie ik niet meer, familie heel weinig. Voor de boodschappen krijg ik notabene een budget. Alle andere financiën gaan buiten mij om. Ik weet eerlijk gezegd niet eens precies hoeveel hij verdient. Er wordt gegeten wanneer het hem schikt, de kinderen gaan alleen naar de clubjes die hij goedkeurt, slaapfeestjes zijn uit den boze en vakanties zijn een hel omdat wij ons moeten gedragen alsof we zijn eigendom zijn. 

 

Ik weet heus wel dat ik de kinderen in de auto zou moeten zetten en nooit meer bij hem terug zou moeten komen. Ik weet ook heus wel dat het deels mijn eigen schuld is dat het zo ver gekomen is. Dat ik al jaren geleden met mijn vuist op tafel had moeten slaan en mijn eigen leven nooit had moeten opgeven. Maar daarvoor is het nu wel een beetje te laat. Want als ik ga, zo heeft hij me te verstaan gegeven, dan zal hij me helemaal kapotmaken. En de kinderen, die zal ik dan nooit meer te zien krijgen. Als ik daaraan denk raak ik verlamd van angst. Precies wat hij wil.’

 

 

Tamara’s naam is vanwege privacy gefingeerd.
Haar echte naam is bekend bij de redactie.

 

 

Moet jou ook iets van het hart en wil je dat (anoniem) met ons delen? Stuur dan een mail naar info@franska.nl onder vermelding van ‘Dit moet ik even kwijt’.