Bijna een jaar geleden verloor Maarten zijn dochter Sterre. Maar hoewel ze heel graag wilde, lukte leven haar niet. Vorig jaar werd haar de euthanasie “gegund”. Voor Franska schreef hij over zijn onmetelijke liefde voor zijn dochter, haar leven en haar overlijden.
Maarten van der Starre
‘Je bent zo mooi. Ik hou zoveel van je. Wil je met me trouwen?’ Onder een strakblauwe hemel met uitzicht over gevaarlijk diepe dalen en een eindeloze rij besneeuwde bergtoppen veroorzaakt Sophies gil van blijdschap net geen lawine op de Oostenrijkse Penkenberg. Zo stel ik me voor dat het gegaan is. Onze zoon Tom op één knie in de sneeuw en Sophie blij overrompeld. Als de foto van de verlovingsring om haar vinger en de tekst ‘Ik zei ja!’ in de familie-app verschijnt, is Sterre toevallig bij ons thuis. Haar vreugdekreet is straten verderop te horen.
Sophie komt in ons leven als dat overheerst wordt door zorgen en immens verdriet. Ze wandelt lijnrecht ons hart in. Ook dat van Sterre. Sophie is goed voor Tom en ze brengt Tom en Sterre dichter bij elkaar. Bovendien houden ze allebei van taal en zijn het zusters in de strijd voor alles en iedereen die kwetsbaar is. Sterre kan niet wachten op die romantische, sprookjesachtige trouwerij. Letterlijk niet wachten. De euthanasie wint het in tijd van het huwelijk.
‘Hoe werkt het eigenlijk met erfenissen?’ vraagt Sterre me een paar weken voor haar overlijden. Sterre leeft van een uitkering. Met zorg- en huurtoeslag komt ze elke maand maar net rond. ‘Bedoel je straks met jouw erfenis?’ Sterre knikt en geeft me haar serieuze blik. Ik leg haar alleen in algemene zin uit hoe het werkt. Niets in mij wil denken aan haar erfenis. ‘Ik heb duizend euro gespaard. Voor mijn uitvaart.’ Sterre zegt het bijna achteloos. Het voelt alsof mijn bloed stilstaat. Andere jonge meiden sparen voor een vakantie of de inrichting van hun eerste huis. Mijn dochter spaart voor haar uitvaart. ‘Lieverd, alsjeblieft. Doe er nog iets leuks voor jezelf mee,’ zeg ik. Twee dagen voor haar euthanasie komt ze erop terug. ‘Pap, kan je zorgen dat die duizend euro naar Tom en Pepijn gaat als ik er niet meer ben? Dan kunnen ze allebei een mooi kostuum kopen voor de bruiloft straks.’
Na Sterres overlijden raakt de bruiloft buiten beeld. Wat valt er te vieren? Maar als Tom en Sophie in 2026 een huis kopen, is trouwen de beste manier om zaken juridisch goed te regelen. En dus komt er een trouwerij. Maar klein. Heel klein. Op 31 maart in de kapel van het Heilige Geesthofje in Naaldwijk. Tom in een zwarte pantalon en een zwart overhemd, Sophie in een prachtig chocoladebruin broekpak, haar krullen losjes om haar gezicht. Geen witte jurk, geen kostuum. Wel twee stralende mensen die helemaal zichzelf zijn. Sophies ouders en zussen, Pepijn, Liesbeth en ik zijn er bij. En een ambtenaar van de burgerlijke stand die van niets weet. Niets van Sterre. Niets van het grote verdriet. Het aanstaande bruidspaar koos voor de goedkoopste versie, zonder voorgesprek. Bij Liesbeth lopen al snel dikke tranen over haar wangen. Van blijdschap. Van verdriet. Sterre had hier bij moeten zijn. Liesbeths tranen vallen de ambtenaar op: ‘Emotioneel hè, als je kind gaat trouwen?’

In het restaurant waar we daarna toch een klein feest vieren, hebben Liesbeth en Sophies moeder de tafel feestelijk versierd. Een lange houten tafel, gedekt met glanzende wijnglazen, bloemen en kaarsen. Met gouden linten, wit met gouden ballonnen en glimmende sterren. Aan het hoofd van de tafel staat een lege stoel. Voor Sterre. Een grote gouden sterballon zweeft erboven. Ze zit gewoon aan tafel. Bij ons. Dat had Liesbeth haar beloofd. Eén wens vervuld. En dan is er nog die duizend euro. Niet nodig voor mooie kostuums. Pepijn houdt zijn deel nog tegoed, maar Liesbeth bedenkt iets waar Tom en Sophie heel blij van worden. Tom gebruikt de helft van het geld voor zijn trouwring. Het geld dat zijn zusje heeft gespaard, draagt hij nu iedere dag aan zijn vinger. Een ring die de liefde tussen hem en Sophie bezegelt. En waarin ook de liefde van zijn zusje voor altijd besloten ligt.





