Stappende kinderen loslaten

 

Zelf je kinderen ophalen neemt een brokje ongerustheid weg. Maar dat gevoel blijft latent aanwezig. Zelfs als ze de veertig naderen.

 

 

In de zaterdagse NRC staat een artikel over ouders van pubers die stappen. Hoe je daar een beetje losjes mee om zou kunnen gaan. Losjes. Phiew! Toen onze dochter veertien was, wilde ze uit. We woonden in Twente en de discotheek in Reutum was the place to be. Bij toerbeurt haalden wij als ouders de dames op. Wekker zetten en slaapdronken naar Reutum rijden. Flashback:

 

Op een uitgaansnacht is het mijn beurt. Op naar Reutum, de metropool waar het allemaal gebeurt. Parkeren en wachten. Het portier wordt geopend. Twee naar bier en wiet ruikende jongens. ‘Hee mevrouw, wat heeft u leuke muziek op staan.’ De spraakzaamste van de twee heet Charlie, en voor ik het weet zit hij met zijn vriend ineens achterin in mijn auto. Ze vragen wat ik hier doe. ‘Wachten op mijn dochter en haar vriendinnen’, zeg ik, terwijl ik me afvraag hoe ik ze de auto uit krijg. ‘O leuk, dan wachten wij nog even. Wij brengen er twee thuis en u eentje’, onderhandelen ze. ‘Nou nee. Wat zijn de plannen heren?’ ‘Wij gaan een patatje oorlog eten, maar we wachten eerst op uw dochter, misschien wil zij ook een patatje oorlog.’ Ze hoeven niet op tijd thuis te zijn, vertellen ze, omdat het hun ouders geen bal interesseert waar ze zijn. ‘Dat mens is mijn moeder niet eens,’ meldt Charlie, ‘en ze vindt mij een moeilijke jongen. Iedereen vindt dat.’ Daar komen de meisjes aan. Ik toeter. ‘Oooo!’ roept Charlie, ‘wie is dat meisje links?’ ‘Mijn dochter’, antwoord ik. ‘Joehoe,’ joelen ze, ‘wij brengen je wel naar huis!’ ‘Mam!’ briest mijn dochter, ‘wat doe jij met die knullen in je auto?’ ‘Wil je een patatje oorlog?’ bieden ze aan. ‘Smeer maar in je haar!’ kijft ze, ‘gá die auto uit!’ Dat doen ze zowaar. ‘Jij bent niet goed snik!’ verwijt dochter mij. Ik heb gedaan wat ik haar altijd verbied. Morgen, als we uitgeslapen zijn, zal ik haar vertellen dat het leven een jongen als Charlie zo tegen kan zitten, dat de maatschappij hem het etiketje ‘moeilijk’ opplakt. En hoe lastig het is om zo’n ding er weer af te peuteren.

 

Zelf je kinderen ophalen neemt een brokje ongerustheid weg. Maar dat gevoel blijft latent aanwezig. Zelfs als ze de veertig naderen. Als het glad is op de weg, hoop je dat ze niet in de auto zitten. Gaan ze op vakantie, dan duim je dat er niets vreselijks gebeurt. En nu mijn kinderen zelf gezinnen hebben en zich braaf gedragen, ben ik nog steeds bang dat ze ongelukken krijgen als het een beetje sneeuwt. Er losjes mee omgaan? Loslaten? Dat is een levenslange klus. Ik kan het wel en doe het ook, maar oh wat kan het knagen. Breek me de bek niet open.

Door: Wieke Biesheuvel

Wieke Biesheuvel werkte en woonde zes jaar in Zambia, is nu voorgoed terug en probeert het Nederlandse leven weer onder de knie te krijgen. Waarbij ze beurtelings verbaasd, boos, dolgelukkig, verward of blij is.

Afbeelding van Wieke Biesheuvel