songfestivalfeest
songfestivalfeest

Saaie, grijze januari…

 

Op een of andere manier krijg ik daar nostalgische gevoelens van.

 

En zin in snoep. Heel onhandig in deze maand, meteen na december met z’n marsepein, chocoladeletters en stollen, maar ja. Het overkomt me gewoon, ik kan er niets aan doen. Gelukkig woon ik in een durp en is hier niet zo’n ouderwetse snoepwinkel in de buurt. Dat is m’n redding.

 

Waar ik dan zomaar ineens zin in heb?

 

  • Schuimblokken. Die aten we vroeger altijd bij het zwembad, in het winkeltje verkochten ze die. En dan kon je ‘m zo op je tong leggen dat het net leek of ‘ie zich daar voor altijd aan vast zoog. Die smaak, ik proef het al als ik het opschrijf.

 

  • Zwart-Wit. Of Zwart-op-Wit, zoals ze dat vroeger ook wel noemden, wat ik altijd gek vond, want het zat niet óp, maar dóór elkaar. Dat je er dan zo’n nattig papieren zakje van maakte, dat dan ook nog hard werd. Maar gewoon een paar uur later verder eten. Best vies. Maar toch lekker.

 

  • Veterdrop. Liefst een stuk of wat. Op een rolletje.

 

  • En die opgerolde drop met zo’n gekleurd balletje in het midden, die plakte zo lekker vast, kon je langzaam afrollen en elke keer een hapje. En kon je ook nog leuk splitsen. Deed je er langer mee.

  • Manna. Is dat nog te krijgen trouwens? Heel licht volgens mij, dus calorietechnisch zeer verantwoord.

 

Help, als ik eenmaal begin te snakken naar zoiets kan ik niet ophouden…

  • Tumtum
  • Trekdrop 
  • Zuurstok

 

  • Duimendrop. Kon je zo’n vierkantje afscheuren en op je duim kneden. En maar sabbelen. En hop. Volgende vierkantje. Mjam…

 

  • Oh, en die dropstaaf. Ook zo lekker. Met z’n plasticje erom. Haalden we bij C. Jamin. Zo heette dat toen namelijk nog. We hadden het dan ook over Sja-min.

 

  • Kaneelstok, die heerlijke zachte. Zo dik mogelijk. Moest je af en toe wel even kuchen van het losse kaneel, maar dat werd ruimschoots goedgemaakt door de binnenkant.

 

  • Die hele kleine langwerpige lolly’tjes met suiker eromheen, op een rijtje van 10 of zo in een pakje. Oranje, geel, rood en groen. Kreeg je eigenlijk best eerst een zere tong van, van dat suiker aflikken. Maar doorgaan gewoon. Want snoep.

 

  • Bazooka Joe (en dan net zo uitspreken als je het schrijft hè? Met stripje eromheen gevouwen. Zo leuk. En daar kon je me toch grote bellen mee blazen. Plakten als ze klapten op je neus. Best onhandig, maar ook weer te leuk om niet te doen.
  • Autodrop (van Gilda) Ook om elk dropje een papiertje met een leuk tekstje. Waren toch autobandjes? Of heb ik dat ervan gemaakt in m’n herinnering?

 

  • Koetjesreep… oooh! Die wil ik nu echt! NU. En een paar graag. Want eentje stelde bijna niets voor. Zo dun. En wat was die verpakking ook leuk.

 

  • Het enige wat ik eigenlijk best vies vond, was een snoepketting. Maar toch opeten natuurlijk.

 

Héel goed dat ik aan die snoepketting denk. Is meteen m’n lekkere trek weg.

 

  • Hoewel…een lekkere Punseliewafel. Ken je die nog? Die kreeg ik laatst ineens. Vond ik nu nog lekkerder dan vroeger.

 

Gewoon even een boterham maken nu. Kopje thee erbij en versgeperste jus. Uit met de flauwekul. Ik ben toch zeker geen kind meer.

 

Jammer, hè? Zo heel af en toe zou ik wel weer even vijf willen zijn…

 

 

Door Franska

Fotografie portret: Esmee Franken. Visagie: Linda van Ieperen. Haarstylist: Mandy Huijs.