Over de vader die de tweeling niet naar de crèche bracht

 

 

‘Oordeel niet te snel,’ zegt hoogleraar neuropsychologie Erik Scherder, ‘het kan iedereen overkomen.’

 

Deze week vergat een vader zijn kinderen naar de crèche te brengen. En op zich kan ik me dáár nog iets bij voorstellen. Ik herinner me namelijk een gesprek bij ons thuis, en dat ging zo:

 

‘Hé schat,’

‘Hoi schat. Het eten is al klaar, dus jullie kunnen meteen aan tafel. Ehhh… is de kleine nog handen wassen?’

‘Kleine????’

‘Ja, jij zou haar toch ophalen bij de gymles?’

‘Oooo, shit….’

 

En toen zat er dus een meisje (nog zonder mobieltje) heel boos te wezen op het stoepje van de gymzaal drie dorpen verderop. Maar gelukkig was het goed weer, zat ze in de buitenlucht en werd ze, weliswaar een kwartier te laat, alsnog opgepikt.

 

Een mens schijnt maar één ding echt geconcentreerd te kunnen doen, volgens Scherder. Dus een auto besturen, en tegelijkertijd nog even met je werk bezig zijn, dat lukt al niet meer voor de volle honderd procent. Laat staan dat je dan ook nog kunt omrijden en aan je kinderen kunt denken.

 

En bij die vader in Amerika ging het op de heenweg al verkeerd.

 

Hij vergat zijn tweeling naar de crèche te brengen, omdat hij waarschijnlijk al volop met zijn werk bezig was toen hij ze op de achterbank zette. En acht uur later, op een heel warme dag, kwam hij daar pas achter. Zó was hij bezig met zijn werk.

 

Maar toen was het al te laat. Toen waren de kindjes al overleden door de hitte in de auto. Je moet er toch niet aan denken…

 

En echt hoor, het is zó gebeurd!

 

Zo had ik ooit een vriendin die nogal smooth was bevallen van een derde zoon. Een lief en rustig kereltje. Ze zat dan ook al snel weer bij mij op de bank alsof er nooit iets gebeurd was. Ze zette het ventje op de keukentafel, gaf de andere twee hun houten blokken, en we gingen aan de koffie. Alles weer als vanouds!

 

En na de koffie pakte ze haar twee drukke jongens weer in, greep haar autosleutels en vertrok.

 

Om natuurlijk na tien minuten, met het schaamrood op de kaken, weer terug te keren. Ze had het rustige ventje op de keukentafel laten staan, en ik had dat ook nog niet door gehad.

 

Onvoorstelbaar, maar waar. Het kan dus echt gebeuren dat je zoiets als je eigen kind over het hoofd ziet!

 

En het is nog onvoorstelbaarder, maar óók waar, dat de moeder van die overleden tweeling zich dat realiseert. Ze is twee van haar kindjes kwijt, maar zegt nog steeds van haar man te houden en hem nodig te hebben. Omdat hij dit nooit heeft gewild en een heel goede vader is.

 

En ik heb diep respect voor deze vrouw.

 

De meeste mannen krijgen al de volle laag als ze het dopje van de tandpasta vergeten! Maar zij kan het opbrengen om haar man dit te vergeven, terwijl ik zeker weet dat ze hier allebei nooit meer overheen gaan komen.

 

Dus wat kan ik hiervan leren? Dat ik maar niet zo moet zeuren als mijn man weer vergeet zijn sokken in de wasmand te gooien. Kan gebeuren, ga ik dan maar proberen te denken. En ik denk dan met heel mijn hart even aan die tweeling en hun ouders.

Door: Tineke

Tineke is schrijfster van de boeken “Toch?” en “Stof Genoeg” en ze blogt ook zo nu en dan. Ze woont op het platteland met één (leuke) man, twee (lieve) kinderen, drie (onbespeelde) muziekinstrumenten, vier (wisselende) mantelzorgprojecten, een (bijna) vijfde boek, haar zesde (luie) kat, en (dus) ongeveer zeven muizen.

Fotografie: Nikita Holst

Afbeelding van Tineke