Over de muur

esther goedegebuure

 

De middelste zoon en ik waren in Berlijn. Hij heeft een tussenjaar dat binnenkort afgesloten wordt met een reis van drie maanden door Zuidoost-Azie. In z’n uppie gaat ie. 

 

 

 

Ik weet ook wel, het is iets heerlijks, hij kan gewoon face-timen, en ik deed het zelf als student ook en dat natuurlijk zonder telefoon. Maar toch. Ik vind het lang, drie maanden, en hij is nog maar achttien. Bovendien, als hij terugkomt gaat hij meteen weer weg en dan ‘voor het echie’, om te studeren in een andere stad waar hij op kamers gaat. Het hoort er allemaal bij maar het zijn groeipijnen die door deze moeder wisselend gedragen worden.

 

Dus moesten we nog even samen op stap, zodat ik exclusief van zijn goeie gezelschap kon genieten. Hij koos als bestemming Berlijn want dat is (overigens voor een spotprijsje) met de trein te bereizen en vliegen mag van hem alleen als het echt niet anders kan.

 

We crosten twee dagen met de fiets door die onmetelijk grote stad terwijl Over de Muur van het Klein Orkest zich als een oorwurm aan ons op bleef dringen. Ik had hem het lied een aantal jaren geleden geleerd toen hij voor geschiedenis een werkstuk over de Koude Oorlog moest maken. Of liever, toen ik zijn werkstuk over de Koude Oorlog moest maken.

 

Terwijl hij (dyslectisch, met een bètabrein) naast mij (afgestudeerd in geschiedenis, met een moederhart vol compassie) aan het bureau zat, tikte ik op een goeie zaterdag een verhaal over het IJzeren Gordijn, zodat de allerlaatste opdracht voor het vak dat hij zou laten vallen geen struikelblok voor de overgang naar klas vier zou worden. Geen slechte investering want behalve dat hij bevorderd werd met een voldoende voor geschiedenis was dat lied, dat hij nog steeds woord voor woord kon oplepelen, nu een mooie ondertiteling tijdens dit tripje waar de geschiedenis tot leven kwam.

 

Ik kende Berlijn zelf vooral uit de tijd van de muur. Midden jaren tachtig woonde mijn vader er een poosje en in die periode zocht ik hem daar meerdere malen op. We gingen dan ook altijd met een dagvisum een kijkje nemen in Oost, achter de muur. Na een tijdrovende en strenge controle bij Checkpoint Charlie moest je verplicht 25 West-Duitse marken omwisselen voor Oost-Duitse. Daar kon je vervolgens niets mee, want er was nauwelijks iets te koop in de Oost-Berlijnse winkels, waar de etalages leeg waren, geen zelfbediening bestond en somber kijkende winkelmeisjes achter de toonbank en de lege schappen stonden. We aten er currywurst en dronken daar DDR-cola bij, bruin water met nauwelijks prik. De straten waren grauw en vervallen, het was allemaal van een onontkoombare treurigheid.

 

Het bleek anno 2022 bijna niet uit te leggen aan mijn 18-jarige. Van de onvrije socialistische heilstaat viel voor hem nauwelijks een voorstelling te maken. Communisme is voor hem iets uit een geschiedeniswerkstuk. We bezochten een aardig museum, dat met allerlei interactieve middelen probeert duidelijk te maken hoe het leven er in de DDR tot 1989 uitzag. Tegelijk met ons kregen ook Duitse schoolkinderen een rondleiding. Ook voor hen was het overduidelijk allemaal ellende van heel lang geleden. Betrad je zo’n dertig jaar terug een andere wereld achter de muur, nu is er niets waaraan je merkt of je in Oost- of West-Berlijn bent. In een paar decennia is alles weggepoetst, die grimmige, beklemmende wereld is verdwenen, alsof hij nooit heeft bestaan.

 

Alles gaat voorbij, een gedachte die ik zelf niet altijd even makkelijk vind om te verdragen. Maar van sommige dingen stemt het hoopvol.