‘Op haar sterfbed vroeg ik mijn moeder of we nog iets konden betekenen’

 

‘Of er iets was wat haar lijden nog een beetje kon verlichten.’

 

 

 

‘We waren met z’n vijven thuis: pa, ma en hun drie dochters. Mijn moeder was een engel en mijn vader een goedlachse en hardwerkende man die apetrots op al zijn ‘meisjes’ was. We zijn nooit iets tekortgekomen, mochten een studie volgen en hadden geen van drieën haast om uit te vliegen. We werkten al toen we eindelijk besloten om eens op onszelf te gaan wonen en het enige wat mijn moeder er op dat moment over zei was dat ze ons heel erg miste omdat het zo stil was in huis.

 

Eenmaal de deur uit kwamen zowel mijn zussen als ikzelf in zowat hetzelfde tijdsbestek een man tegen met wie we ook helemaal eensgezind vrij snel trouwden. Alle drie de mannen wat ouder dan wij, alle drie succesvol en alle drie voor honderd procent door onze ouders ‘goedgekeurd’ en door mijn moeder met open armen ontvangen omdat ze haar geluk niet op kon nu ze er zomaar drie zonen bij had gekregen. En zo waren er nog wat overeenkomsten tussen ons zussen, want we kwamen alle drie in dezelfde stad te wonen, we genoten een goed en best wel luxe leven en… we hadden het geen van drieën over kinderen.

 

We hadden de tijd, zeiden we tegen elkaar en we wilden eerst nog van elkaar en van het vrije leven genieten. Maar wat er ook meespeelde – en waar we het in die tijd niet echt over hadden – was dat we heel toevallig alle drie op een man waren gevallen die niet erg op een baby zat te wachten. Voor mijn oudste zus is dat nooit een probleem geworden, mijn jongste zus kreeg een spierziekte toen ze pas midden dertig was en overleed voor haar veertigste en ik, ik was toen tweeënveertig en kreeg het na de dood van mijn zusje Spaanse benauwd bij het idee dat ik nooit moeder zou worden. Mijn man stond toen nog steeds niet te juichen, maar had zo te doen met mijn verdriet over het verlies van mijn zusje, dat hij op een dag van zijn werk thuiskwam en zei dat we het maar moesten proberen.

 

Gelukkig hoefde dat proberen niet al te lang te duren. Binnen een halfjaar was ik zwanger. Toen ik het mijn moeder vertelde kwam het hoge woord eruit: ze had al die jaren innig naar een kleinkind verlangd en hoewel het absoluut niet in haar aard zat om daar vragen over te stellen had ze wel heel vaak gehoopt dat wij er op een dag over zouden beginnen. Ze huilde van geluk bij het idee dat haar vurigste wens toch nog in vervulling zou gaan en ze sprak de hoop uit dat de komst van nieuw leven het verdriet over het verlies van haar dochter enigszins zou kunnen verzachten.

 

Na drie maanden zwangerschap kreeg ik een punctie en die was niet goed. Voordat we over een abortus moesten beslissen kreeg ik een bloeding. De miskraam bracht zoveel complicaties met zich mee dat het – gezien mijn leeftijd – niet verstandig werd geacht om nog een keer zwanger te raken. Mijn moeder was er om me te troosten. Maandenlang belden we elke dag en kwam ze minstens een keer in de week bij me langs om samen iets te ondernemen dat mijn rouwen wat kon verlichten. Een jaar na de miskraam werd ze ziek.

 

Op haar sterfbed vroeg ik haar of we nog iets konden betekenen en of er iets was wat haar lijden nog een beetje kon verlichten. ‘Nee,’ zei ze, ‘niets. Ik geloof er heilig in dat ik binnenkort eindelijk kennis kan maken met mijn kleinkind. Want als je het me heel eerlijk vraagt: als ik iets zou moeten noemen wat er in mijn leven heeft gemist, dan zijn het kleinkinderen.’’

 

Er is veel over te vertellen, over moeders en dochters. Daarom hebben we er een reeks van gemaakt waarin elke week andere moeders en/of dochters aan het woord komen. Allemaal met relaties waar we ons aan kunnen spiegelen, in kunnen verdiepen, over kunnen verbazen, van kunnen genieten en van kunnen leren.

 

Heb jij een moeder-dochterverhaal dat je wilt delen? Dat kan ook anoniem. Als je mailt naar info@franska.nl onder vermelding van ‘moeders en dochters’ nemen wij contact met je op.