Waarom ik me dooderger aan de term hoogsensitiviteit

 

Miloe: Grote weerstand voel ik erbij als mensen het zeggen. Het is een modeverschijnsel geworden…

 

‘Ja, weet je, hij is nou eenmaal heel hoogsensitief. Dat maakt het allemaal moeilijk voor hem. Heeft-ie van mij. Ik ben ook zo gevoelig.’ De moeder naast me staart voor zich uit, alsof ze wacht tot ik haar opmerking bevestig. Ik knik, en schuif een beetje ongemakkelijk heen en weer op het muurtje van het schoolplein. Zoals altijd wanneer iemand het woord hoogsensitief in de mond neemt, klap ik dicht. Wanneer ik die iemand ook nog eens amper ken, krijg ik vluchtneigingen. Want ook al is de gevoelige aard van mijn oudste geen geheim – ik schrijf erover, bespreek het met mensen van wie ik weet dat ze het snappen – toch roept de term hoogsensitief een grote weerstand bij me op.

 

 

Tien jaar geleden kwam ik voor het eerst in aanraking met het h-woord. Het was een donkere januarimaand, een paar weken na de geboorte van mijn oudste die een paar uur per dag huilde. Ik voelde me uitgewrongen, somber en dacht aan een postnatale depressie. Een vriendin raadde me het boek ‘Hoogsensitieve personen’ van Elaine Aron aan. Ik lachte schamper, ‘dat zijn mensen die dagenlang met een dekentje op de bank zitten omdat alles ze teveel is.’ Zo was ik niet. Ik ging altijd door. Niks was mij teveel. Dat ik voor de geboorte van mijn zoon ook regelmatig sombere buien had, negeerde ik. Die hoorden nou eenmaal bij mij.

 

 

Tussen het troosten, voeden en luiers verschonen las ik het boek van Aron en haalde de hoogste score op haar hooggevoeligheidstest. Dit boek ging over mij, snikte ik. Ik was niet depressief, maar helemaal op van alle prikkels, van het vele geven. Mijn zenuwstelsel kon het urenlange gehuil niet meer verwerken, het deed me fysiek pijn. Dankzij Aron ontdekte ik ook dat ik niet extreem verlegen was, wat ik mijn hele leven had gedacht, maar eerder afwachtend in nieuwe situaties. Dat mijn grote behoefte om vaak alleen te zijn niet uniek was. Het gevoel anders te zijn, nergens bij te horen, tekort te komen, viel na 33 jaar op zijn plek. Ik snapte ineens waarom ik de kleinste bewegingen registreer, iemands parfum (of mondgeur) op grote afstand ruik, een verandering van de atmosfeer direct opmerk. Ik constateerde dat ik inderdaad instinctief aanvoel of wat iemand zegt klopt met wat hij vanbinnen voelt, of het echt is. Ik snapte waarom sociale activiteiten vaak zo uitputtend waren. De meeste mensen zijn namelijk niet echt, die spelen een rol. Ik bleek één brok hoogsensitiviteit. Maar ik heb de term nooit in mijn mond genomen.

 

‘Het had me veel sombere buien gescheeld’

 

 

Pas een paar jaar later had ik door dat mijn oudste al net zo gevoelig was. Dat zijn gehuil, en later zijn woedebuien, een reactie waren op te veel prikkels. Ik herkende zijn moeite met kinderfeestjes, met je staande houden in een groep. Ik zag op elke klassenfoto hoe hij zichzelf aan de rand plaatste, op een halve meter afstand van zijn klasgenoten, want in de groep voelde hij zich niet thuis. Ik herkende zijn zoektocht naar die ene zielsverwant, dat vriendje waar je alles mee kunt delen, die jou net zo belangrijk vindt als jij hem, die vanzelfsprekend voor jou opkomt zoals jij dat doet voor hem. Ik liet hem huilen als iemand iets onaardigs had gezegd, hem had afgewezen en wist: er is iets afgebroken dat langzaam weer opgebouwd moet worden.

 

 

Toen ik jong was, bestond hoogsensitiviteit nog niet. Het had mij geholpen als dat wel zo was, en had me waarschijnlijk veel sombere buien gescheeld. Tegelijkertijd erger ik me nu dood aan het veelvuldige gebruik van het h-woord. Want het is een holle frase geworden, een modeverschijnsel, een excuus voor al het gedrag. Het roept bovendien allerlei spirituele associaties op: vaccinaties ontstoren zou helpen, net als magnetische armbanden en rode bietjes eten omdat je van rode voedingsmiddelen beter kan aarden. Niks is minder waar. Als je zintuigen zo hard werken dat alles binnenkomt, dan moet je met vallen en opstaan je eigen gebruiksaanwijzing leren kennen. En hoe mooi het ook kan zijn om zoveel te voelen, het is vooral ook heel erg lastig, heel hard werken en hartverscheurend om te zien bij je kind. Je zal dus nooit, echt nooit makkelijk strooien met de term hoogsensitief.

 
 

 

  Freelance journalist Miloe van Beek is wars van mooie plaatjes, en altijd op zoek naar het echte verhaal. Ze is chronisch chaotisch, heeft geen enkel paar dezelfde sokken, maar wel twee luidruchtige kinderen, een ongehoorzame hond, twee katten en een man met een carrière.