Laura, mijn vriendin vanaf onze puberteit, is altijd al zwaar op de hand geweest. Er is elke dag wel iets wat zij als negatief ervaart. En daarmee worden mijn bezoekjes aan haar bijna een opgave. Maar, vooropgesteld; dit verhaal gaat niet over mij. Het gaat over Laura’s gemoed en haar blik op de dagen. En die zijn niet best.
Vroeger, tijdens onze HAVO-tijd, kon ze echt bij de pakken neerzitten wanneer ze -als perfectionist- een acht haalde voor een tentamen. Omdat ze ervan uit was gegaan dat zij deze foutloos had gemaakt. Ze gaf dan wel toe dat de aantekeningen van de docent terecht waren, maar voor haar was de ruim voldoende toch redenen om drie dagen te zitten sippen op d’r kamer. Met een; ‘Zié je wel, ik kan toch niets.’ Ik daarentegen, dolblij met een magere zes, ontfermde me dan over haar en benadrukte mijn krappe voldoende. Hiermee kroop ze wel weer enigszins uit de put, maar toch…
Dijk van een baan
Laura’s intelligentie maakte dat ze een dijk van een baan kreeg binnen een financieel concern. Dat zat er voor mij niet in. Ik werd verkoper in een fijne modezaak en ging dagelijks met plezier naar mijn werk. En hoewel ik stiekem best jaloers was op haar inkomen, haar fantastische appartement, gave auto én sympathieke man, wilde én wil ik toch echt niet ruilen.
Een paar voorbeelden
Als Laura en ik samen zijn, druipt de zwaarte van haar af. Die ‘zwaarte’ gaat in mijn optiek echt nergens over. Een paar voorbeelden; De winstersport was dan wel aardig, twee weken in de bergen, maar als ze voordien had geweten dat de zon het liet afweten, was ze zeker niet gegaan. Want ondertussen had het wel een kapitaal gekost.
Verdrietig
Haar man Jack is inmiddels ook een halfleeg glas, volgens Laura. Want met het klimmen der jaren is zijn buik toegenomen en z’n libido afgenomen. Dat ligt natuurlijk aan Laura en de overgang en alle lichamelijke perikelen. Immers, welke echtgenoot zit daar nu nog op te wachten? Als ik dan vergoelijk dat het volgens mij heel normaal is, wordt ze eerst fel, daarna intens verdrietig.
In het gareel
Het plezier in d’r werk is inmiddels eveneens ver te zoeken. Omdat van haar verwacht wordt dat ze up-to-date blijft en studies oppakt. Net als haar collega’s. Maar, ha! Die zijn een stuk jonger en hebben thuis geen pubers die ook nog in het gareel gehouden moeten worden.
Knap zwaar
En dan zijn er haar aandacht-vragende (schoon)ouders, een grasmaaiende, lawaaierige buurman, de boodschappenbezorger die te laat komt, de slager waarbij het grasgevoerde koe-vlees-pakket is uitverkocht, de te harde muziek in het grand café, waar de pinot smaakt naar azijn. Kortom; er is niet veel goed. En dat maakt haar leven verdomd zwaar. Maar volgens mij ook het leven van haar man, kinderen, werkgever en de omgeving.
Hulp zoeken
Laatst, toen we in dat betreffende grand café zaten pakte ik Laura’s hand. Op mijn vraag wat er nu écht loos is, reageerde ze stellig; ‘Alles!’ Ik knikte. Bedachtzaam, me realiserend dat ik tactvol moest reageren. ‘Ik zou je dolgraag willen helpen, maar daarvoor heb ik niet de kennis in huis’, zei ik. ‘Wordt het niet eens tijd om je hart te luchten bij een objectief persoon? Iemand die je bijstaat de zaken weer in perspectief te zien? Je bent zo’n mooi mens, maar waak er alsjeblieft voor niet verbitterd te worden. Dat verdien jij niet, maar ook jouw omgeving niet.’
Depressief geval
Laura begon te huilen. Ik had verwacht dat mijn woorden de nodige ‘mitsen en maren’ zouden opleveren. Maar dat deden ze niet. Mijn vriendin gaf toe dat het de hoogste tijd was voor verandering. In haar hoofd. Ik zei trots op haar te zijn. En natuurlijk reageerde ze met; ‘Dat zeg je nu wel, maar ondertussen vind je me vast een depressief geval.’ Ik schudde mijn hoofd, voegde er alleen aan toe, dat ik wilde voorkomen dat ze dat zou worden. Er kon zowaar een glimlach af. Ze beloofde me hulp te gaan zoeken en daar proostten we beiden opgelucht op.







