Doe mij maar Engels

 

En dat ligt absoluut niet aan de taal, want Frans vind ik net zo mooi. Misschien nog wel mooier.

 

Papa fume une pipe. Of was het un? Il y a un petit jardin derrière la maison de Jacques et de Charlotte. Dat is zo ongeveer alles wat ik me van Franse les herinner. En dan was dit nog wel leuk. Elke week een pagina uit de ‘Petit Vocabulaire’ uit je hoofd leren was ronduit een crime. Ik herinner me nog dat ik ongelofelijk veel moeite had om het woord ‘dos’ (rug) erin te stampen. Bleef maar niet hangen. Dagen mee bezig geweest. Aan die lessen Frans heb ik dus nauwelijks goede herinneringen, veel te serieus en ongezellig allemaal. Behalve natuurlijk dat ik het nog altijd wel grappig vind dat ik die twee zinnetjes nog steeds op kan dreunen.

 

Nee, dan Engels. Dat sprak ik al een beetje voordat de lessen op school begonnen. Dankzij de televisie, met Walter and Conny.

 

 

Meer kan ik op YouTube helaas niet vinden. Dat was nog eens leuk! ‘Walter, the bull is coming!’ Weet je nog? Of ben ik de oudste hier? We hadden er geloof ik thuis ook een boekje van. Leukste was dat ik natuurlijk vroeger ook al gek was op tekenen en dat ik dus die stripfiguurtjes die ze van Walter en Conny hadden gemaakt de hele tijd zat te tekenen. Niet moeilijk. Ze hadden een soort trapeziumvormig hoofd, dat trouwens in de verste verte niet leek op de echte koppen van Walter en Conny.

 

Maar mooi dat ik dankzij hen Engels meteen een heel leuke taal vond. C’est le ton qui fait la musique zeggen ze toch? Nou die ‘ton’ sprak me in het Engels dus veel meer aan. En ongelogen: elke leraar of lerares Engels die ik daarna kreeg was leuker dan welke leraar of lerares Frans ook. Waar zou dat toch aan liggen?

 

Door: Franska

Fotografie: Nikita Holst

Afbeelding van Franska