Bijna een jaar geleden verloor Maarten zijn dochter Sterre. Maar hoewel ze heel graag wilde, lukte leven haar niet. Vorig jaar werd haar de euthanasie “gegund”. Voor Franska schreef hij over zijn onmetelijke liefde voor zijn dochter, haar leven en haar overlijden.
Maarten van der Starre
‘Pap, ik ben mijn auto kwijt.’ Sterre hangt aan de telefoon. Ze is rustig, dat is fijn. Als Sterre belt of appt, slaat mijn hart altijd een extra slag. ‘Waar ben je?’ vraag ik. Sterre begint te ratelen. ‘In Den Haag. Ik had vanmiddag een gesprek met mijn psychiater en ben daarna even de stad in gelopen. Heb zulke leuke schoenen gekocht joh. New Balance. Echt heel tof. Ik wilde ze al eerder kopen, maar ze waren kaulo duur. En nu zomaar in de mats. Voor de helft …’ Plots valt ze stil. ‘Ster?’ vraag ik. ‘Ja pap, wat is er? Waarom bel je me eigenlijk?’ Ik schiet in de lach. ‘Ik bel jou niet, jij belt mij. Je bent je auto kwijt.’
Die auto is niet zoek. Sterre weet alleen niet meer waar ze hem parkeerde. Haar hersenen zijn gefrituurd. Sterre is twaalf ECT-behandelingen onderweg en ze hoopt dat het haar depressie lichter maakt. Dat het donkerste zwart wat naar het grijs opschuift, misschien zelfs een beetje kleur krijgt. Maar het blijft zwart. Wel weet ze soms niet meer welke dag het is, komen woorden met vertraging uit haar brein en weet ze af en toe niet meer waar ze dingen gelaten heeft. Zoals nu met de auto.
Eigenlijk mag ze door de ECT helemaal niet autorijden. Maar dat laat ze niet gebeuren. Ze vindt dat ze beter rijdt dan ooit en rijden kan ze. Een ritje met Sterre is nogal een belevenis. Van start tot finish, want voor Sterre is elke rit een race en bij die finish is achteruit inparkeren altijd een meesterlijk hoogtepunt. Met één handje indraaien, terugdraaien, handrem erop, bam. En dan vol trots uitstappen en even rondkijken of iemand het gezien heeft. Naast haar drivingskills krijg je er gratis stand-upcomedy bij. Een aaneenschakeling van grappige maar ook zeer gemeende verwensingen aan medeweggebruikers aangevuld met commentaren als ‘groener wordt-ie niet’, ‘gas is alles’ of ‘Wat.Ben.Jij.Aan.Het.Doen?’ Hardnekkige linksrijders op de snelweg bedreigen zelfs haar gezondheid. ’Hier krijg ik dus echt een TIA van.’
Sterre weet het weer: ’Oh ja, Cliopatra is zoek. Cliopatra is de Renault Clio die ze sinds een paar maanden rijdt. Sterre geeft haar auto’s een naam. De vorige heette Graziëlla, de oude, zwarte Opel Corsa van haar oma. Ineens heeft Sterre een briljant idee. ‘Mijn AirPods liggen nog in de auto. Die kan ik toch opzoeken via mijn telefoon? Blijf even hangen, pap.’ Sterres stem verdwijnt in het zachte geroezemoes van de stad. Net als ik wil vragen of ik naar Den Haag moet komen, klinkt haar stem weer. ‘Pap? Ik zie mijn AirPods. Jezus, mij niet bellen. Oh, echt niet bellen hoor.’ Sterre lacht nu heel hard in mijn oor. Haar typerende harde schaterlach buldert door mijn hoofd. ‘Pap, Cliopatra staat hier gewoon aan de overkant.’
Ik kan die lach nog steeds horen. Het maakt me blij, maar tegelijkertijd ben ik ook bang. Bang dat ik haar lach ga vergeten. Dat mijn brein die lach niet kan vasthouden en met de tijd haar lach uitdooft. Ging mijn telefoon nog maar één keer af. Nog één laatste keer: ‘Hé pap, ik ben mijn auto kwijt’ en dan die heerlijke schaterlach erachteraan. Sterres lach is het allermooiste geluid dat ik ken. Blijf je in mijn hoofd lachen, lieverd? In mijn hart? Beloof je dat? Alsjeblieft?

Meer leven van Maarten? Hier vind je zijn eerste column





