songfestivalfeest
songfestivalfeest

Kwiek en fit tot dat telefoontje

 

Een paar jaar geleden kreeg mijn moeder een nieuwe heup. Een vervelende operatie, maar ze werd gelukkig goed voorbereid op wat er komen ging. Alleen hadden we hier even geen rekening mee gehouden.

 

Op maandagmiddag gaat de telefoon. Mijn moeder aan de lijn. Dat was een beetje gek, want ik had haar die ochtend nog gesproken. Of ik even wilde gaan zitten. Of ik even wilde gaan zitten?? Wat was er aan de hand? Mijn moeder was de week ervoor aan haar heup geopereerd. Dat was allemaal prima gegaan en na twee dagen was ze alweer thuis, met een rollator, een heleboel oefeningen en mijn vader, die weliswaar geen ei kan bakken, maar wel heel erg goed voor mijn moeder wilde zorgen… Tot zo ver niks aan de hand. Maar toen kwam dat telefoontje.

 

Wat bleek? Mijn vader had mijn moeder lekker in bad gedaan, voorzichtig aangekleed en op het moment dat hij haar wilde helpen met opstaan, kukelde hij zelf achterover en brak hij zijn schouder. Binnen de kortste keren zaten ze samen in de ambulance naar het ziekenhuis. Mijn moeder met haar zere heup en m’n vader scheel van de pijn door zijn schouder. Nu is het zo dat je een gebroken schouder niet in het gips kunt zetten, die bungelt er een beetje bij tot betere tijden. Dus nu zaten ze ineens met z’n tweeën in de ziekenboeg. En ze konden allebei echt he-le-maal niks. Niet zelf opstaan, geen kopje thee zetten om het leed een beetje te verzachten, niet een beetje kokkerellen, ze konden zelfs hun bed niet in zonder hulp. Tuut Tuut! Tijd voor mantelzorg.

 

Nu woon ik 127 kilometer verderop, wat op zo’n moment ineens wel heel ver weg is. Maar daar was mijn broer, die veel dichterbij woont, en samen konden we de boel regelen. Mijn neefje van twintig, die toevallig net met z’n studie was gestopt, kwam bij opa en oma logeren. Had hij meteen wat te doen. Hij deed de boodschappen, kookte als de beste en draaide de wasjes. Hij zette zelfs zijn oma onder de douche en tilde zijn opa, hup, zo zijn bed is. Echt fantastisch dat ie dat allemaal deed. En buuf Monique stond ook altijd klaar om, daar waar nodig, een handje helpen. Mijn ouders hadden na een paar dagen de allerliefste thuiszorgmensen die ze zich konden wensen in huis en zo was alles weer onder controle.

 

Achteraf kunnen we om deze idiote situatie lachen, maar ik heb me toen vaak afgevraagd hoe anderen, die opeens in zo’n situatie belanden, het zouden oplossen. Met een baan, met een baas, met kleine kinderen. Wat zou jij doen als je opeens de mantelzorger moet zijn?

 

 

 

 

Door: Irene Smit