Krijgt de boa straks ook applaus?

 

Buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) is ambtenarentaal voor handhavers. Deze mensen zullen het de komende weken heel druk hebben.

 

In Nederland hebben we 25 duizend boa’s. Mensen die naast onze politie de orde handhaven. Zij bekeuren je bijvoorbeeld als je door de stad fietst waar het niet mag. Als je je hond los laat lopen waar dat niet mag, of als je je auto parkeert op een plek waar dat niet mag. Ja, precies: waar dat niet mag.

 

De boa’s hebben niet de makkelijkste baan. Je moet wel een huid als een olifant hebben om dit werk te kunnen doen. En maar weer luisteren naar de smoesjes waarom iemand geen parkeerkaartje heeft gekocht. ‘Ik stond er toch maar één minuutje. Doe niet zo moeilijk.’ Of naar iemand die z’n hond los laat lopen. ‘Moet toch kunnen?’

 

Er zijn altijd mensen die de regels aan hun laars lappen. Die vinden dat regels niet voor hen gelden. Nogal logisch dus dat zij een boete kunnen krijgen. En dat zijn helaas ook vaak de mensen die het nodig vinden om boa’s uit te schelden, te kleineren of te bespugen.

 

 ‘Je gaat de komende tijd niet de leukste gesprekken krijgen op straat. We zijn al een tijdje in gesprek met de minister. We gaan er nogmaals met klem op wijzen dat we onszelf goed willen kunnen verdedigen. Boa’s moeten in het bezit zijn van pepperspray, andere verdedigingsmiddelen en mondkapjes.’ Met die boodschap richt Richard Gerrits, voorzitter vakbond BOA-ACP, zich maandag rechtstreeks tot Fred Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid.

 

En ik geef Richard Gerrits groot gelijk. Want de opsporingsambtenaren zullen de komende tijd weer een heleboel smoesjes moeten aanhoren, of erger. Zullen we de boa dus binnenkort ook een groot applaus geven? 

 

Door: Irene Smit

Irene is redacteur bij Franska.nl. Met haar man, twee pubers en een teckel woont ze in Haarlem. Ze zou graag willen zingen als Ella Fitzgerald en koken als Nigella Lawson. Tot het zover is, blijft ze lekker schrijven over allerlei zaken die haar verbazen.

Afbeelding van Irene Smit