‘Henry’s schoonmoeder is niet bepaald ideaal – een zure vrouw, altijd wat en eeuwig ontevreden. En als hij naar zijn vrouw kijkt…’

 

‘Geweldig was ze, toen we elkaar leerden kennen en we nog jong en onbezonnen waren. Overal voor in, geen gezeur en ’s avonds nooit hoofdpijn. Ik was ervan overtuigd een maatje voor het leven gevonden te hebben en lange tijd veranderde daar niets aan. Wanneer het erin sloop kan ik moeilijk zeggen. Wat ik me ervan herinner is dat het me op een dag opviel dat het contact met haar moeder steeds intensiever werd en dat me dat verbaasde. Want haar moeder was nou niet bepaald haar beste vriendin – een zure vrouw, altijd wat en eeuwig ontevreden.

 

Na de komst van ons eerste kind, we waren toen al een jaar of zeven samen, veranderde er écht iets. Altijd gezeik en een lachje kon er niet meer af. Ik liet het nog gaan eerst, dacht dat het de hormonen wel zouden zijn. Maar toen de kleine een jaar was en zij over nummer twee begon, was het nog steeds hetzelfde liedje. ‘Waarom een tweede kind?’ vroeg ik nog. ‘Ik kan in niets zien dat je van het moederschap geniet en van de vrouw waar ik verliefd op werd is nog maar weinig over.’ Tranen, ruzie en toen niks. Ik liet het er gewoon bij zitten, werkte harder, kwam later thuis. En toen op een dag was ze weer zwanger en ik was er toch echt zelf bij geweest.

 

Nummer twee kan inmiddels ook al lopen en ons huwelijk bevindt zich op een hellend vlak. Als ik haar met de kinderen bezig zie, zie ik het evenbeeld van haar moeder. Ze zit ze constant op hun nek en om niets wordt er geschreeuwd – met een stem die ook een kopie van haar moeder is geworden. Zelfs haar mondhoeken zijn gaan hangen, net als bij haar.

 

Zelfs als ze zou willen, zou ik niet meer intiem met haar willen zijn. Ik zou het niet eens meer kunnen. En nog steeds wordt er niet gepraat. Ik begin nergens over en zij ook niet. Ik heb ettelijke keren op het punt gestaan dat wel te doen. Omdat ik natuurlijk ook wel uit kon tekenen hoe dit af zou lopen als ik er alleen maar voor weg bleef lopen. Maar als ik naar haar kijk zie ik mijn schoonmoeder. Een zuur wijf dat eeuwig ontevreden is. Laatst heb ik haar dat voor de voeten geworpen. Dat ze precies haar moeder is geworden en dat ik ervoor pas om mijn leven daardoor te laten vergallen. Ze keek me alleen maar aan. Met een blik vol haat en sarcasme en met haar mondhoeken naar beneden gekruld, net als haar moeder.’

 

 

Henry’s naam is vanwege privacy gefingeerd. Zijn echte naam is bekend bij de redactie.

 

Moet jou ook iets van het hart en wil je dat (anoniem) met ons delen? Stuur dan een mail naar info@franska.nl onder vermelding van ‘Dit moet ik even kwijt’.