‘Alles wat in zijn leven tegen had gezeten, was altijd aan anderen te wijten. Kritiek kon hij totaal niet verduren en hij nam een loopje met de waarheid.’

 

‘Charmant, lief, zorgzaam, niet onknap en ook nog eens een goeie kok. Niet gek dus dat ik mezelf een geluksvogel noemde toen ik hem tegenkwam. De eerste paar maanden waren een feestje. We hadden het zo leuk dat ik stiekem al over samenwonen liep te fantaseren. Totdat we op een avond gingen eten bij een vriendin en ik op een gegeven moment tegen hem zei dat hij wel heel goed kon overdrijven – wat ook echt zo was. Hij reageerde niet meteen, maar wachtte totdat we buiten stonden. Daar viel hij zo verschrikkelijk tegen me uit dat ik er bijna bang van werd.

 

‘Niemand valt mij af waar anderen bijzijn. Hoor je dat? Niemand!’

 

Toen ik hem de dag erna vroeg waar die heftigheid vandaan kwam, hing hij een verhaal op over zijn vader en hoe die hem vroeger altijd had gekleineerd. Ik had geen reden om hem niet te geloven. Kort na die eerste uitval zouden we samen naar de film gaan en konden we het niet meteen eens worden over welke film. Het overdonderde me weer, dat totale flippen. Hij schold me letterlijk verrot dat ik een verwend nest was en dat hij absoluut geen zin had in divagedrag.

 

Het duurde niet lang voordat ik het patroon ging zien. Alles wat in zijn leven tegen had gezeten of voor was gevallen, was altijd aan anderen te wijten en er zat geen greintje zelfreflectie bij. Kritiek kon hij totaal niet verduren, alles nam hij altijd persoonlijk, hij was stik-jaloers en hij bleek niet alleen te overdrijven maar ook te liegen.

 

Toen ik besloten had dat ik er een punt achter moest zetten, stelde ik voor om af te spreken zodat ik het rustig kon uitleggen. Uit eten leek me goed, dan waren we in ieder geval ook in een neutrale omgeving en dat zou beter werken dan hij bij me thuis. Aan tafel moest ik mezelf een paar keer toespreken dat ik hier goed over na had gedacht en dat ik echt niet de illusie moest hebben dat een relatie met een narcist ooit kon werken. De charmeur waar ik voor was gevallen was namelijk weer terug en zat zich vreselijk uit te sloven tegenover me. 

 

Toen ik de moed verzameld had om het te zeggen, dat ik er niet van overtuigd was dat het echt iets kon worden tussen ons en dat ik toch echt wel narcistische trekjes zag, reageerde hij eerst niet. Ik zei hem dat ik bang was van zijn driftbuien en dat ik hem een paar keer had betrapt op een leugen. Ik was koud uitgesproken of hij kwam half overeind uit zijn stoel en brulde door het restaurant dat hij zich door niemand liet uitmaken voor leugenaar. ‘Niemand!’ Toen hij opsprong van tafel, schopte hij zijn stoel omver. Ik heb me nooit meer erger geschaamd dan toen in dat restaurant.’

 

 

Ines’ naam is vanwege privacy gefingeerd.
Haar echte naam is bekend bij de redactie.

 

 

 

Moet jou ook iets van het hart en wil je dat (anoniem) met ons delen? Stuur dan een mail naar info@franska.nl onder vermelding van ‘Dit moet ik even kwijt’.