‘Ik kan niet langer wegkijken’

 

Als Diana na lang zoeken eindelijk weer een baan vindt is ze dolblij. Maar als ze erachter komt dat er in het bedrijf iets niet pluis is kan ze niet langer meer wegkijken

 

 

 

‘Ik denk dat ik wel honderd brieven heb geschreven en net zo vaak voor een functie ben afgewezen. Moedeloos werd ik ervan, want met mijn 55 jaar was ik er nog lang niet aan toe om niet meer te werken. Bovendien moest ik na mijn scheiding mijn eigen boontjes doppen dus de luxe om te stoppen had ik niet. Hoewel iedereen zei dat ik de economische wind mee had merkte ik daar niks van. Er waren inderdaad banen zat, maar niet voor een secretaresse van 55 in een rolstoel.

 

 

Dus toen ik eindelijk ergens op gesprek mocht komen was ik dolblij. Ik was verschrikkelijk zenuwachtig, maar toen ik eenmaal tegenover de directeur van het bedrijf zat voelde ik me meteen op m’n gemak. Volgend de HR-personeelsfunctionaris die ik daarna sprak had ik een heel goede indruk achtergelaten en al aan het einde van de dag hoorde ik dat ik mocht beginnen.

 

 

De eerste maanden waren zwaar want ik moest aan de bak om me in te werken, maar na verloop van tijd kreeg ik steeds meer plezier in mijn werk. Mijn directeur liet me ook steeds mee vertrouwelijke dingen doen en dat zorgde ervoor dat ik heel goed zicht kreeg op wat er allemaal in het bedrijf gebeurde. En achteraf gezien had ik dat misschien allemaal liever niet geweten. Want op een gegeven moment kwam ik erachter dat het bedrijf de Belastingdienst voor tonnen aan het oplichten was. De directeur speelde samen met de boekhouder onder een hoedje waardoor hij precies wist hoe hij via de vennootschapsbelasting fraude kon plegen.

 

Ik hoorde dat per toeval toen ik op een vrijdagnamiddag onderweg naar huis was en ik terug naar mijn werkplek moest omdat ik wat vergeten was. De deur van de kamer van de directeur stond op een kier en ik hoorde hem vragen of het zeker was dat niemand erachter zou komen. Dat hij zeker wilde weten dat het niet te traceren was. Ik hoorde de boekhouder smalend zeggen dat de Belastingdienst helemaal geen tijd heeft om belastingaangiftes extra te controleren om zo fraude op te sporen. Dus voorlopig kon hij zijn gang gaan, hoorde ik mijn directeur lachend zeggen.

 

Koortsachtig dacht ik na wat ik nou moest doen. Laten weten dat ik in de kamer ernaast was en alles had gehoord? Of toch maar zo zachtjes mogelijk maken dat ik wegkwam? Maar toen ik mijn rolstoel omdraaide om weg te rijden raakt ik een prullenbak en dat maakte zoveel lawaai dat ze allebei kwamen kijken wat er aan de hand was. Ik zag ze geïrriteerd naar elkaar kijken toen ik stamelde dat ik iets vergeten was en even terug was gekomen.

 

Het hele weekend bleven die flarden van hun gesprek maar door mijn hoofd malen. Omdat ik toegang had tot de mailbox van mijn directeur kon ik zoeken of ik misschien iets kon vinden wat bewees dat hij de boel aan het oplichten was. Maar blijkbaar werd dat allemaal goed verborgen gehouden. Ook in de weken erna probeerde ik erachter te komen of ik iets kon vinden wat niet klopte, maar als directiesecretaresse had ik wel toegang tot heel veel stukken, maar niet tot alles.

 

Op een dag kwam de directeur op mijn werkkamer binnen en deed de deur achter zich dicht. Hij ging op de rand van mijn bureau zitten en vroeg hoe het met me ging en of ik het nog steeds naar mijn zijn had. Hij praatte verder over koetjes en kalfjes tot hij opeens zei dat hij maar een grapje had gemaakt die keer dat hij met de boekhouder zat te babbelen en ik er was. Of ik dat toch wel doorhad?  

Want als ik iets met deze informatie zou doen dan zou dat natuurlijk wel consequenties voor me hebben. En hij begreep wel dat het voor een vrouw van 55 in een rolstoel moeilijk moest zijn om weer een nieuwe baan te vinden. Zijn woorden hingen nog in de lucht toen hij me lang en doordringend aankeek. Verbouwereerd keek ik hem aan en stamelde dat hij het inderdaad vast niet zo bedoeld had en dat ik dat natuurlijk wel begreep. Toen hij opstond zei hij dat hij blij was dat we elkaar zo goed begrepen en toen liep hij zonder nog iets te zeggen weg.

 

Inmiddels is er wat tijd verstreken en voel ik dat ik steeds bozer word. Op deze directeur die gewoon willens en wetens de boel belazert en mij min of meer dreigt met ontslag als ik iets met deze informatie doe. Maar ik ben misschien nog wel kwader op mezelf omdat ik het gewoon niet durf om de waarheid te vertellen. Ik wil niet langer wegkijken maar ik moet er niet aan denken dat ik straks weer werkloos thuis kom te zitten en nooit meer aan het werk kom. Want dan is het niet alleen de rolstoel die het me haast onmogelijk maakt om een baan te vinden, maar ook dat ik dan bekend sta als een klokkenluider en daar zit geen werkgever op te wachten.’

 

 

Door: Redactie Franska.nl

Afbeelding van Redactie Franska.nl