Hoezo lege-nest-syndroom?

 

Ik heb mijn werkkamer op de eerste verdieping.

 

 

 

Vroeger werd hiervoor de zolder gebruikt, maar sinds de kinderen zijn uitgevlogen zijn er wat kamers over en maak ik daar dankbaar gebruik van op de eerste verdieping.

 

Ik ben dus wat aan het schuiven geweest met inboedel, op de zolder hangt nu weer gewoon de was en in één van de lege kamers staat nu een roeiapparaat en een hometrainer. Bovendien ligt er een matje voor wat yogaoefeningen. Dat matje hoef ik nu nooit meer op te rollen, en dat voelt zó relaxed dat ik eigenlijk helemaal geen yogaoefeningen meer nodig heb, maar toch probeer ik trouw door te gaan met alles wat ik eerst op de sportschool deed, maar sinds een jaar of twee gedwongen thuis doe. Ik vind het niet echt leuk, dat sporten, maar ik voel me wel altijd fijn als ik ermee klaar ben. Ik heb op de muur nu dan ook iets opgehangen met een grote bosprint erop, en als ik dan fiets kijk ik nu recht het bos in en als ik roei kijk ik uit over het water. En ik kom nooit stoplichten, tegenliggers, regen, kuilen, speedboten of iets anders vervelends tegen. Eigenlijk zou ik dus dolgelukkig moeten zijn.

 

En dat ben ik ook hoor, maar een beetje mens mag je wel blijven, toch? Dus een beetje mopperen mag, en alles wat móet is nou eenmaal nooit leuk.

 

Toch merk ik dat ik steeds vaker boven ben tegenwoordig. Niet alleen omdat ik veel werk heb, maar ook omdat ik steeds meer meuk naar boven sleep naar al die leegstaande kamers. Mijn slaapkamer heb ik een ander kleurtje gegeven en nu ben ik weer bezig met een soort inloopruimte voor mijn kleding. Zo luxe, al die ruimte! Maar wat me vooral opvalt is dat ik heel graag boven ben omdat daar zo lekker de zon schijnt. Beneden wordt er nogal wat licht tegengehouden door de bomen die ons omgeven, maar boven schijnt zonnetjelief ongelimiteerd naar binnen. En ik merk dat ik steeds meer mijn kamers inricht naar de stand van de zon. Feng Zonnie, zeg maar. Met werken valt hij nu achter me naar binnen, maar dan niet op mijn scherm. Hij schijnt echter wel op de muur waar ik naar kijk. Heerlijk!

 

Met fietsen kijk ik nu ook niet meer uit het raam – want daar zie ik alleen maar auto’s – maar ik kijk dus naar dat bos op die print, en ook daar valt de warmte dan eerst op mijn rug en de zon schijnt daarna prachtig op de bomen voor me. Of hij schijnt in het water waarnaast ik dan roei.

 

Waar ik slaap fluiten de vogeltjes al vroeg en zie ik de zon over de boomtoppen strijken. En waar ik strijk rijdt het verkeer nog altijd langs, maar daar heb ik dan de radio aan. Je moet het leven zelf leuk maken! Toch?

 

En zo verplaatst ik me elke dag naar dáár waar de zon schijnt, op ieder moment dat hij ook echt even schijnt. Ik mis geen straaltje meer, en dat voelt heel fijn.

 

Ik zou theoretisch gezien dus mijn benedenverdieping kunnen verhuren, maar dat doe ik maar niet. Ik ben namelijk ook nog bezig met de erker beneden waar ik nu een oude luie stoel heb staan met een voetenbank erbij. Ik ben van plan om daar veel te gaan lezen, tot de lente weer begint.

 

En als de lente begint kan ik weer buiten gaan werken aan de oude eettafel die ik nu in de tuin heb gezet. En de was kan dan ook weer lekker buiten hangen, terwijl ik lange fiets- en wandeltochten maak langs de echte opkomende bollenvelden.

 

Lege-nest-syndroom omdat de kinderen uitvliegen?

 

Echt niet!

 

 

 

Door: Tineke

Tineke is schrijfster van de boeken “Toch?” en “Stof Genoeg” en ze blogt ook zo nu en dan. Ze woont op het platteland met één (leuke) man, twee (lieve) kinderen, drie (onbespeelde) muziekinstrumenten, vier (wisselende) mantelzorgprojecten, een (bijna) vijfde boek, haar zesde (luie) kat, en (dus) ongeveer zeven muizen.

Afbeelding van Tineke