Hockeynerds

Ik was van alles: zus, dochter, partner, collega, hoofdredacteur. Maar deze titel stond nog nooit op mijn lijstje.

maybritt mobach bloemen amsterdam hooikoorts

Hockeynerds. Daarmee eindigt het berichtje van de grote man van onze hockeyclub. Ik heb hem net geappt dat we een uur hebben gereden om een hockeywedstrijd te bekijken. Ik weet hoe hij het bedoelt; met vermaak en een vleugje verwondering. Ik was van alles, maar een hockeymoeder, dat stond niet op mijn lijstje. Laat staan “fan”.

Maar ja, we waren ineens in het aanmoedigingsvak van de Utrechtse club Kampong beland, nadat “onze” (zei ik nou echt ‘onze hockeyclub’?) Bloemendaal was uitgeschakeld bij de play-offs. De play-offs, dat is zeg maar wat de Eredivisie voor voetbal is, maar dan voor hockey.

Helemaal ineens was dat natuurlijk niet. Het begon met een ‘zullen-we-gezellig-naar-de-play-offs-in-Bloemendaal-gaan?’ De zon zou schijnen, de agenda was leeg en de kaarten snel gekocht. We waren op de fiets naar Bloemendaal gegaan. Een muis had er misschien nog bij gepast – want hé, het was buiten – maar een mens niet meer. Volledig en hartstikke uitverkocht. Op de weg naar de club, die er precies uitziet zoals je hem zou tekenen – een tikje Zweeds aandoend houten clubhuis met de rug naar de duinen en de blik op rietgedekte villa’s en een glooiende koeienwei uit een schilderij van Willem Maris.

Wij waren in het oranje, de clubkleuren. Tijdens de Olympische Spelen in Parijs, waar het hockey virus zich stevig in mij had genesteld, had ik een oranje Lacoste-polo gekocht die ik nu dubbel kon declareren. De clubkleuren zijn dezelfde als dat van ons nationaal elftal, dus een crise de costume zoals de Fransen zo mooi zeggen, dat had ik niet. Voor de meisjes volstond hun clubshirt. We raceten richting muntjes, ik kocht mezelf een rosé en de meisjes een Ice Tea. “Hier moet je niet zitten, mama.” Mijn dochter gaf me een duwtje richting het midden van de tribune. “Daar zit de harde kern, dat wil je echt niet.” Ik zal vast een wenkbrauw hebben opgetrokken. Bij hockey? Ik zag jongens met trommels en vuurwerkpotten in clubkleuren. Er klonk Free From Desire en de spelers kwamen als gladiatoren het veld op.

Sommige van de jongens “kennen” we van de Olympische Spelen. Daar hadden we ook steeds weer een kaart weten op te snorren – ik heb niet ineens spijt van het enorme bedrag dat we hebben besteed aan deze kaarten, het is een herinnering voor het leven geweest en dus onbetaalbaar – en zo werd kijken naar hockeywedstrijden hetzelfde als naar een concert gaan waarvan je de liedjes eerst niet kende en je ze na een tijdje allemaal mee kan zingen.

De spelers komen tot leven. Zo draagt de coach van Bloemendaals Heren 1 altijd truien van Maison Margiela – pluspunten –, heeft Terrance Pieters een relatie met Xan de Waard, de charmante pitbull van SCHC, en maakt Jip Jansen, de strafcornersuperieur, ontzettend geestige TikToks met Terrance. En als je toch op TikTok zit, dan lukt het je vast ook wel om dat filmpje te vinden waarin Thierry Brinkman het Nederlands elftal in de rust toespreekt: “Het is me te apathisch, boys. We moeten meteen die cirkel in. Attack!”

Naar hockeywedstrijden gaan verschilt niet zoveel van voetbal. Twee teams, twee kampen. Er is muziek, er zijn drankjes en vooral is er emotie. Ook hier zijn strenge regels. Maar soms even niet. Tijdens de rust is het veld vrij. Het veld vult zich met kinderen die een balletje slaan, een mascotte loopt rond, de deksel wordt weer even van de vuurpotten getild en de kannen bier worden bijgevuld.

En soms is het heel erg hockey. Als de keeper van de tegenpartij de attributen voor de strafcorner rechtlegt, proberen kleine hockeyjongens hem om te kopen. “Als je de bal erdoor laat, krijg je een miljoen euro.” De keeper lacht en de jongen krijgt een duwtje van zijn moeder. Hockey betekent je eigen club aanmoedigen en niet de tegenstander uit zijn spel brengen. Dat lukt ook hier niet altijd even goed. Voetbal is misschien oorlog, hockey is strijd. En feest.

Dus als Bloemendaal, verliest van Kampong, is het besluit makkelijk genomen. De volgende wedstrijd, Kampong tegen Amsterdam, die pakken we ook mee. Hun clubkleur is blauw – heb ik stapels van – en ik ben geboren en getogen in Utrecht dus het voelt volkomen legitiem. Op weg ernaartoe krijg ik een DM op Instagram. Van de Koninklijke Nederlandse Hockeybond. Of ik – als fan, haha – naar de Pro League-wedstrijden wil komen om de Oranje heren en dames aan te moedigen. Op deze vraag is maar één antwoord mogelijk: wij zijn in staat en bereid.

Door: May-Britt Mobach

Afbeelding van May-Britt Mobach
newsletter image
newsletter close button newsletter image
Word jij ook gezellig
Franska vriendin?
Zo maak je kans op
prijzen en uitjes!