het verhaal van de kip en het ei

 

Tineke’s buren hebben last van de haan van haar buurman, terwijl zij er juist van geniet. Ze kan er namelijk het gevoel van “lekker slapen op het platteland” mee oproepen.

 

Als de haan van de buren kraait word ik blij. Terwijl onze andere buren dit als overlast ervaren, krijg ik er juist een fijn gevoel van. Een beetje vakantiegevoel zelfs. Wellicht omdat ik geboren ben in een stad, en daar niet zo vaak de natuur kon horen. Voor natuurgeluiden moesten wij echt op vakantie naar “buiten de stad”.

 

Of, nou ja… wij hadden weliswaar een benedenbuurman met wat kippen en een haan, maar deze haan konden wij nooit horen kraaien, omdat buurman zelf nogal wat hanengedrag vertoonde. Zijn haan kraaide altijd koning, zeg maar. En hij deed er alles aan om de piepende tramrails, toeterende automobilisten, scheldende fietsers en gillende sirenes te overstemmen met zijn luide meningen, terechtwijzingen, vloeken, en heel af en toe zelfs een heuse aria.

 

Ja, het O Sole Mio hoorden we ook regelmatig bij buurman De Haan. Zo heette hij trouwens niet, maar zo noemden wij hem. Al hebben we nooit geweten wie zijn “zonnetje” nou eigenlijk was, want hij besodemieterde de buurvrouw zó vaak dat het niet meer bij te houden was. In drie gevallen weten we echter zeker dat hij de buurvrouw heeft geloochend voordat de haan kraaide. Hij moet zelf hebben gedacht dat er géén haan naar zou kraaien, maar dat was dus een misrekening. Hij hield er namelijk drie verschillende zonen bij drie verschillende vrouwen aan over, en zijn echtgenote werd geacht daar trouw de alimentatie naar over te maken.

 

Zouden die jongens Lucas, Matteüs en Johannes heten? Daar maakten wij weleens grapjes over, omdat dit de drie apostelen waren die in de bijbel zouden hebben beschreven dat de haan kraaide.  

 

Maar goed… ik dwaal weer af. Daar ging het hier helemaal niet over. Het ging hier over de geluiden van de haan, en niet over zijn gedrag. En het ging hier over mijn huidige buren die daar dus last van hebben, terwijl ik er juist van geniet. Ik kan er namelijk het gevoel van “lekker slapen op het platteland” mee oproepen. Iets wat we vroeger in de weekenden soms deden om de stad (en de buurman) even te ontvluchten. En ik werd daar altijd erg blij van. Een half haantje eten in een tuin was voor mij een ongekende luxe, omdat we in Amsterdam alleen een balkon hadden. En hoewel ik met veel plezier daar mijn thee kon nuttigen, was een beetje tuinieren of een stukje wandelen daar een stuk lastiger, terwijl ik dat wel graag wilde. Ik was toen dus al veel meer “buitenmens” dan ik zelf vermoedde.

 

Als de haan kraait, voel ik me dus blij en wil ik naar buiten. En als ik naar buiten kan en de haan kraait, dan voel ik me blij.

 

Maar ja… wat er nou het eerst was? Dát blijft een beetje het verhaal van de kip en het ei.  

 

Vrolijk Pasen!

Door: Tineke

Tineke is schrijfster van de boeken “Toch?” en “Stof Genoeg” en ze blogt ook zo nu en dan. Ze woont op het platteland met één (leuke) man, twee (lieve) kinderen, drie (onbespeelde) muziekinstrumenten, vier (wisselende) mantelzorgprojecten, een (bijna) vijfde boek, haar zesde (luie) kat, en (dus) ongeveer zeven muizen.

Fotografie: Nikita Holst

Afbeelding van Tineke