songfestivalfeest
songfestivalfeest

Het servies van mama

 

‘Het is vandaag een grijze dag. Driekoningen. De dag waarop ik altijd mijn kerstboom opruim en de versieringen weer naar de zolder breng. De feestdagen zijn voorbij. Hoewel ik er enorm naar had uitgekeken, heb ik er niet van genoten. Integendeel, het was verschrikkelijk.’

 

‘De lampjes heb ik al uit de boom gehaald en ik sorteer de kerstballen. Ik kijk naar buiten en zie een roodborstje bij het raam aan een van de pindaslingers hangen. Ik voel me leeg en ellendig. En dat komt door haar. Door de nieuwe vrouw in het leven van mijn vader, die naadloos in de plaats van mijn moeder is geschoven.

 

Mijn lieve mama, die twee jaar geleden is overleden. Ze was lang ziek en mijn vader verzorgde haar tot het echt niet meer ging. Dat heeft hij met liefde gedaan, dat weet ik zeker. Hun huwelijk duurde lang en was over het algemeen heel gelukkig. Mijn ouders hadden een succesvolle eigen zaak, die ze voor veel geld verkochten toen ze met pensioen gingen. Gelukkig hebben ze nog enige jaren van hun kapitaal kunnen genieten. Samen hebben ze mooie reizen gemaakt, tot mama ziek werd en reizen niet meer ging.

 

Na haar dood was mijn vader stuurloos. Hij verzorgde zich slecht. Vereenzaamde een beetje. En om ervoor te zorgen dat hij weer onder de mensen zou komen, heeft mijn zus hem bij een bridgeclub opgegeven.

 

Hoewel hij het in het begin helemaal niet zag zitten, ging hij toch een aantal keren per week naar een bridgedrive. Om zich minder alleen te voelen. Natuurlijk begreep ik dat. Ik miste haar ook verschrikkelijk. En tijdens een van die bridgemiddagen ontmoette mijn vader Tineke, een gescheiden vrouw die het hoofd van mijn vader op hol heeft gebracht.

 

 

Een verschijning, zou mama zeggen. Mijn moeder was een prachtige vrouw, met klasse. Die had al die opsmuk niet nodig. Tineke lijkt totaal niet op mama. Ze is in mijn ogen een ordinair type. Uitdagend gekleed, met geblondeerde en getoupeerde opgestoken haren, lange rode nagels en hoge hakken. 

 

Ik denk terug aan nieuwjaarsdag. Mijn vader had aan mijn zus en aan mij gevraagd of we met onze gezinnen bij hem op de koffie wilden komen. Toen ik binnenkwam zag ik al dat er iets in de woonkamer was veranderd. De meubels stonden anders en de foto’s van mama, die altijd op de sidetable stonden, waren op één na verdwenen. Toen mijn oog op de kerstboom viel, vroeg ik me af waar de versiering van mama was gebleven. Er hingen nu grote gouden ballen met paarse slingers in de boom. Tineke stond er triomfantelijk naast. Mooi hè, zei ze, terwijl ze me nauwlettend in de gaten hield.

 

Terwijl mijn vader in de keuken koffiezette, liep Tineke naar de notenhouten vitrinekast. Ik zag haar handen het servies van mijn moeder pakken. Het porseleinen servies waar mama zo blij mee was. Met rode roosjes en een gouden randje. Mama kreeg voor haar verjaardag of Moederdag altijd nieuwe kopjes of bordjes. En ze gebruikte het servies zelden, want ze was er zuinig op. En nu had Tineke het in haar handen met die vurig roodgelakte nagels.

 

Mijn vader keek om zich heen en toen we allemaal zaten met koffie en een bordje met wat lekkers, zei hij dat hij ons iets belangrijks wilde vertellen. Hij pakte de hand van Tineke, en aan een van haar vingers zag ik een diamanten ring. Mijn vader streek liefkozend over haar roodgelakte ringvinger. Toen keek hij naar mij en mijn zus en zei glimlachend dat Tineke bij hem was ingetrokken.

Ik wist niet waar ik kijken moest en voelde het bloed in mijn oren suizen. Had ik het nou goed verstaan? Zei hij nu echt dat Tineke bij hem was komen wonen? Dat zij haar ordinaire kleding in de kast van mijn moeder had gehangen en nu slaapt op de plaats waar mijn moeder al die jaren naast mijn vader lag?

 

Toen ik naar de keuken wilde lopen om een glas water te pakken, stootte ik tegen de tafel en viel een van de koffiekopjes op het donkere parket. Witte scherven met de rode roosjes en een gouden randje lagen verspreid op de grond. Verschrikt keek ik naar mijn zus en ook bij haar zag ik verbijstering in haar ogen. We gunnen onze vader zijn geluk en hij is te jong om de rest van zijn leven alleen door te brengen. Maar waarom nou met haar? Ze woonde op een flatje en was caissière bij de plaatselijke supermarkt. Nu is ze de vriendin van een gefortuneerde pensionado. Ziet papa niet dat ze alleen maar bij hem is vanwege het comfortabele leven dat hij haar kan bieden?

 

Ik voel een scherpe pijn in mijn handen en zie dat ik een van de kerstballen kapot heb geknepen. Zo voelt woede dus. En dat ben ik: woedend omdat Tineke mijn vader helemaal om haar roodgelakte pink heeft gewonden. Hij loopt zo mak als een lammetje achter haar aan. Als ik weer naar buiten kijk is het roodborstje weg. Ik pak de laatste versieringen in en loop naar boven om alle dozen op zolder te zetten. Ik besluit om mijn vader te bellen om te vragen of ik het servies van mama mag hebben. Het idee dat Tineke uit de kopjes met de rode roosjes en het gouden randje drinkt kan ik niet verdragen…’

 

 

Door: Lonneke