Het juffen zat er al vroeg in

 

Schooltje spelen was een van m’n hobby’s. Moest ik wel zelf voor de klas staan, anders vond ik er geen bal aan natuurlijk. En het was best zielig voor m’n zus.

 

Want die moest er tot vervelens toe aan geloven. Ik knutselde zelfgemaakte schriftjes, bedacht lesjes en had maar één leerling. Inderdaad: m’n zus. Die het eigenlijk niet echt vrijwillig onderging. Nou kun je met zo’n roeping natuurlijk later voor de klas gaan staan, maar je kunt ook hoofdredacteur worden. Veel en veel leuker.

 

Alleen hoofdredacteur is net als juf geen baan, je bent het de hele tijd. Wordt een soort afwijking. Je hele omgeving krijgt er een tik van mee. Ik hoorde mezelf vorige week weer eens bezig tegen de tuinman. ‘Zeg, weet je wat dat voor bloem is? Een tulp.’ Dat doe ik ook een beetje uit lijfsbehoud, omdat hij misschien een botanische tulp niet herkent en er zomaar even een stapel stenen bovenop keilt. En inderdaad, hij had niet verwacht dat het een tulp was. Ook weer iets bijgeleerd. En m’n tulpjes niet verpletterd.

 

Ik vind geloof ik bijna niets leuker dan kennis overdragen. Sommige mensen waar ik mee gewerkt heb noemen me nog steeds ‘juf’. Uh… zal trouwens toch wel voor de grap zijn? Hum. Binnenkort even navragen.

 

Zonde toch als kennis verdwijnt? Ik had een keer de buren te eten met hun zoontje. Zat ik tijdens de borrel in de tuin de erwtjes te doppen. Beetje expres wel, dat ik dat in het zicht deed, want ik ging er eerlijk gezegd van uit dat ze nog nooit in hun leven een erwt in een dop hadden gezien. Die zitten namelijk in potten. Vroeg die kleine ineens: ‘Heb jij die erwtjes daar eerst allemaal ingedaan?’ Ha! Prijs. Weer iemand iets kunnen leren.

 

En die keer dat m’n vriendin langskwam met haar zoontje. Ik had bedacht dat we friet zouden eten, maar dan moesten we wel eerst zelf de aardappels rooien. Die hadden we voor de grap in een stukje tuin gepoot. Hij stond er met z’n kaplaarsjes naast, met z’n handjes op z’n rug, want hij vond het maar een blubber-bende en vond ook dat je zoiets door een machine moest laten doen. Niet met een schop en met de hand.De friet at ie smakelijk op, maar het hele gedoe eromheen leek hem totaal niets te doen. Totdat m’n vriendin hem de volgende dag het complete verhaal van rooien tot aan friet aan z’n oma hoorde vertellen. Ha!

 

 

Met andere woorden: ik ga vrolijk verder met lesgeven. Juf of geen juf. Onder werktijd of niet onder werktijd. En ik heb natuurlijk nog veel meer van die verhalen. Wordt vervolgd. Maar dat dacht je al.

 

Oh ja, volgens mij is het nog besmettelijk ook. M’n man doet het ook. Hij zat met collega’s in een keet ergens in Badhoevedorp te werken en ging tussen de middag even achter de keet iets plukken dat ie vervolgens op z’n brood deed. Verbaasde gezichten. ‘Ja, lekker, rucola,‘ zei hij, ‘groeit hier gewoon achter in het wild, lekker hoor, zo vers geplukt.’ De mannen zaten ‘m aan te kijken of ze water zagen branden. Rucola? Dat komt toch van een kwekerij? Zij hadden toch liever dat het eerst in plastic gedaan was en bij de supermarkt in de koeling had gelegen.

 

Je zou natuurlijk ook kunnen zeggen dat we een stelletje wijsneuzen zijn. En dat klopt. Haha.

Door: Franska

Fotografie: Nikita Holst

Afbeelding van Franska