Bij Zeeman kun je een niet van echt te onderscheiden diamant voor een paar tientjes scoren. Niet diep onder de grond gedolven, maar gekweekt in het lab en fysisch en moleculair van exact hetzelfde materiaal als de briljant geslepen, fonkelende stenen uit de mijnen. De originele Andiamo-tas van Bottega Veneta, in de winkel te koop voor zo’n vijfduizend euro, is als dupe – afgeleid van duplicate – te bestellen voor onder de tweehonderd euro. Mooi? In ieder geval van zulke hoogwaardige materialen en zo nauwkeurig nagemaakt, dat alleen de kenner het verschil ziet. Zelfde laken een pak voor de sneakers van Miu Miu in samenwerking met New Balance, waarbij de dupes van onder andere AliExpress akelig op de originelen lijken.
‘Niet van echt te onderscheiden’, maar dan voor een schijntje.
Het sentiment dat het gênant zou zijn om voor fakes te gaan, is aan het kantelen. Uit onderzoek onder 10.000 mensen tussen de 15 en 65 jaar uit tien verschillende landen, blijkt dat 72% van deze zogenoemde ‘changemakers’ (mensen die vooroplopen in trends) open staan voor nep. Ooit ondenkbaar en inmiddels goed te verklaren. De meeste grote modemerken hebben hun prijzen de afgelopen tijd fors verhoogd. Sommige Chanel’s, Prada’s en Louis Vuitton’s zijn in een paar jaar tijd bijna twee keer zo duur geworden – en goedkoop waren ze al niet! – en daardoor onbereikbaar voor (de meeste) mensen. Tegelijkertijd zijn mensen ook kritischer geworden ten opzichte van wat ze kopen en stellen ze zichzelf vaker de vraag of iets het nou wel écht waard is om er de hoofdprijs voor neer te tellen. Tel daarbij op dat de fakes steeds beter van kwaliteit zijn, terwijl de kwaliteit van echt aan de andere kant geen garantie is, et voilà.
Een paar maanden geleden werden producten van een peperdure fabrikant van kasjmieren truien aangetroffen in een Italiaanse sweatshop (een werkplek met extreem slechte, onhygiënische en/of illegale werkomstandigheden, waar werknemers lange uren maken voor een zeer laag loon en onder slechte omstandigheden). De (soms illegale) Chinese arbeiders maakten ook hier werkweken tot negentig uur voor een loontje van vier euro per uur. In een vergelijkbare sweatshop kwam de Italiaanse politie producten van Dior en Armani op het spoor. Dior bleek 53 euro aan arbeidskosten aan de fabriek af te dragen voor een tas die in de winkel 2.600 euro doet. Deze en meer slechte berichten over grote modehuizen maken dat sommige jongeren het dragen van fakes als een anti-establishment statement zijn gaan zien, terwijl het voor anderen simpelweg een economische keuze is.
Het nieuwe statussymbool lijkt niet langer het bezitten van duur merkspul te zijn, maar het weten welke goedkope replica net zo goed is. Met andere woorden: het is de kick van het jagen die het heeft gewonnen van de kick van het kopen.
Bronnen: Volkskrant en NRC.







