Het gaat wat minder. Eigenlijk ineens.

May@Home

Het gaat wat minder. Eigenlijk ineens. Na weken alleen maar superlatieven te hebben gelezen op CarenZorgt, het rapportagesysteem waar zorgmedewerkers elkaar op de hoogte houden en waar wij als ouders ook op mee mogen gluren, zie ik ineens een lap tekst staan. En ik weet: een lap tekst betekent gedoe. Geen rapportage = niks aan het handje. Een korte reportage leest meestal als: Een vrolijke Flo vandaag, ze heeft haar programma goed gevolgd, tijdens de wandeling heeft ze K3 gezongen en verteld dat ze dit weekend weer lekker naar papa en mama gaat. Zoiets. Maar een lange lap? Dat voorspelt niet veel goeds.

Zo ook vandaag. Ik lees over koekjes die door de keuken vlogen, over niet willen wandelen, over uit het raam klimmen en weg willen rennen. De prop papier-maché in mijn keel wordt per zin groter. Als ik haar ophaal, tref ik een tevreden meisje. Dat Monti niet mee is, voordat ik Flo haalde had ik een werkafspraak waar hondjes, hoe lief ook, niet gewenst waren, vindt ze oké. We werken onze visuele bingokaart, waarbij we paarden, koeien, schapen én een molen gezien moeten hebben voordat we naar de muziek gaan luisteren, af en zoeken op Spotify de sprookjes van de Efteling op. Gezellig.

Thuis gaan we verder op standje goed. We brengen Iggy naar hockey, vullen samen het karretje bij Albert Heijn en vinden zelfs nog een onsje paling bij de favoriete visboer. Als we ’s avonds, haartje brandend en dekentje over onze benen, op de bank zitten en ik met koptelefoon op mijn iPad Love Story kijk en rechts van me mijn meisjes zie die naar Pocahontas kijken, glijdt de tevredenheid over me heen. Tot Iggy even thee gaat zetten, Flo haar iPad grijpt en in het konijnenhol van YouTube duikt op zoek naar het filmpje van een huilende baby. Als Flo wankel is, giet ze een jerrycan benzine over haar vuurtje door naar dit filmpje te kijken. Alsof ze een escalatie oproept. Dit filmpje maakt haar boos en bang en toch wil ze het zien. Ik zie haar als een doorgedraaid Duracell-konijn naar beneden scrollen, probeer de iPad van haar af te pakken en binnen een seconde zijn we in een worsteling verwikkeld. Het lukt me, met hulp van Bel, om de iPad uit te zetten, met als gevolg een boze Flo. Een héle boze Flo. Ze beent naar boven, waar ik haar op de kamer van Iggy hoor zeggen dat ze een stomme moeder heeft. Een héle stomme moeder. We maken het weer goed, natuurlijk. En als ik ’s avonds in bed aan mijn lief het hele voorval vertel, zegt Flo in haar slaap: “Ik heb geen stomme moeder. Ik heb de liefste moeder van de wereld.” Een kus en ik ben het weer vergeten.

Als ik de volgende dag terugkom na een uurtje sporten, tref ik dezelfde situatie als vrijdagavond, maar dan een paar standjes heftiger. Als gezin springen we allemaal in de houding, als een getraind militair corps. Terwijl mijn lief Flo op schoot houdt, komt Bel aanlopen met een tabletje lorazepam en draait Iggy de voordeur op slot. Ze is helemaal op hol geslagen en volledig in paniek. Ze wil weg, de straat op. Naar de buurkinderen. Er wordt gegild, gesparteld. We weten allemaal: dit moeten we doorstaan. Het zal wegebben. Waarschijnlijk is er epileptische onrust die, misschien vanwege de medicatie, niet tot een aanval komt, maar die wel zorgt voor gedoe. Ze wordt natuurlijk weer rustig, we knuffelen, wandelen en brengen haar in de middag weer naar haar huis. In de auto app ik de begeleidster onze bevindingen en ook zij zullen extra alert zijn. Hoe wiebelig we ook zijn van deze gebeurtenissen, toch lachen we om ons meisje dat zelfs in haar meest boze bui nog zo grappig is. “Ik haat Iggy!” zei ze toen haar zus haar iPad afpakte. “Maar Flo, Iggy is superlief, ze is jouw lieve zus.” Een zucht, twee armen boos over elkaar, zoals een stripfiguur dat doet. “Oké, dan haat ik Bel wel.”

Gelukkig vergeet de rest van het gezin het gedoe weer snel. Bij mij haakt het in mijn hart. Het brengt me terug naar toen. Toen ik vuilniszakken tegen mijn slaapkamerraam plakte zodat Flo de buurkinderen niet kon zien. Daar wilde ze dan meteen naartoe en dat escaleerde eigenlijk altijd. Rond 15.00 uur en 21.00 uur tik ik steeds CarenZorgt.nl in, speurend naar updates. En ook die zijn weer niet beknopt.

Maandag appt een van de vele favoriete begeleiders me iets dat in mijn hoofd ook al sluimerde. Of we vaste dagen zullen afspreken om te bellen. De laatste tijd belde Flo elke dag, wat ik heerlijk vond, maar dat veroorzaakte ook veel onrust. Want had ze die telefoon eenmaal in haar knuisjes, dan was YouTube maar een heel klein stapje van haar verwijderd. Bovendien begon ze de boel wel heel erg te dicteren. Ik moest van alles doen: voorlezen, de hond aaien, poppen laten zien die ze wilde hebben. Zij had de regie in handen, mijn weke moederhart boog mee. Dus ik snap hem, ik geef hem gelijk. Ik luister naar zijn deskundigheid. Hij stelt voor om op de donderdagen te bellen en in het weekend te komen logeren. Als ik hem een “ik denk dat dat goed is” heb geappt, leg ik de telefoon weg. Die hoeft nu ook niet meer altijd in mijn buurt te zijn. Ik zucht en sta op, er is vast nog wel een kastje dat vraagt om uitgemest te worden.

Door: May-Britt Mobach

Afbeelding van May-Britt Mobach
newsletter image
newsletter close button newsletter image
Word jij ook gezellig
Franska vriendin?
Zo maak je kans op
prijzen en uitjes!