‘Dat gaat je vader niks aan’

 

Wat was ze trots dat ze eindelijk haar eigen geld had. En dankzij dat spaarpotje van haar moeder heeft Wiekes jongste zoon nu een prachtige piano in huis.

 

Mijn moeder had eindelijk op haar 55e een eigen spaarpotje. Daarin zat het geld dat ze van mijn opa had geërfd. ‘Als je eens wist hoe heerlijk ik het vind om eindelijk zelf geld te hebben’, vertelde ze me ooit, helemaal opgetogen. Mijn moeder werkte niet buitenshuis, zo ging dat in die generatie. Ze had altijd het gevoel dat ze haar hand moest ophouden.

 

Mijn vader deed nooit moeilijk over geld, maar zij voelde dat nu eenmaal zo. Ze kon het smakelijk opdissen: ‘Zijn je vader en ik in Londen, vraag ik om geld, zegt hij: wat ga je kopen dan? Dat gaat hem toch niks aan?’ Ze was de koning te rijk met haar eigen spaarpot. Daarvan stopte ze mij soms een biljet van honderd gulden toe en wat kwam dat goed uit in mijn nog jonge gezin. Toen werd ze ziek. Borstkanker. De eerste jaren na de diagnose had ze kwalitatief nog best een redelijk leven. Ze haalde eruit wat er nog in zat.

 

En die spaarpot moest leeg. Wij, broer zus en ik, kregen een piano, want de kleinkinderen moesten met muziek worden opgevoed, vond mijn moeder. Ze kon zelf fantastisch spelen. Voelde ze zich verdrietig, dan kroop ze achter de piano en speelde alles wat haar dwars zat uit haar systeem. Ik kon ook aardig spelen, maar tot het concertpodium kwam het niet. Al had ik dat vroeger wel in mijn hoofd, omdat mijn pianojuf zei dat ik een ‘fluwelen aanslag’ had. Dat is één ding; oefenen is weer een ander ding. Verder dan de Turkse Mars van Mozart kwam het niet. Mijn oudste twee bakten er ook niets van, maar de jongste vond het geweldig en kon goed spelen. ‘Jij krijgt de piano als je een eigen huis hebt,’ beloofde ik hem.

 

Wat melancholiek zwaai ik mijn piano nog net niet na

 

Dertig jaar later. Jongste zoon belt: ‘Mam, wij hebben een eigen huis, dus…’ Twee potige kleerhangers van een transportbedrijf halen onze piano op. Wat melancholiek zwaai ik hem nog net niet na. Hij heeft geen liefde gekregen de afgelopen jaren. Verbannen naar een koud zijkamertje, waar de kleinkinderen genadeloos op zijn toetsen hamerden.

 

Opa’s zuurverdiende centjes in de spaarpot van mijn moeder… omgezet in deze piano. Gestemd, afgestoft en in de was gezet, staat hij bij mijn jongste zoon en schoondochter gelukkig te wezen. Eindelijk op zijn bestemming. Hij kan er vast nog een hele generatie tegenaan.

 

Wieke Biesheuvel is columnist bij Libelle, schrijft boeken, woont in Zambia en helpt de plaatselijke bevolking met medewerking van haar vriendinnen hier aan waterputten.