‘Wát zei je daar?’

 

Of Eugenie nu in recordtijd alle schepen achter zich verbrandt en met haar gezin naar Mexico City emigreert waar ze huisvrouw met chauffeur wordt, of in Nederland voor een armlastige kinderhulporganisatie werkt en met haar geliefde el señor een boutique hotel runt: saai is het zelden!

 

 

Johoo, ik ben invited voor een heuse ladiesbrunch door de andere moeders van school. Nadat ik Ceesje naar school heb gebracht, rijdt Feliciano mij naar restaurant El Cathedral wat op dit vroege tijdstip al afgeladen vol is. Ik heb al lang gezien dat in Mexico wat meer werk van het uiterlijk wordt gemaakt dan ik in Nederland gewend was. Dus ik heb mijn haar geföhnd (okay, drooggeblazen), wat make-up opgedaan en mijn onafscheidelijke jeans opgeleukt met hakken en een mooi colbert.

 

Hoewel de meeste moeders gelukkig regelmatig in joggingpak met staartje en pet op school verschijnen, ondergaan ze een metamorfose als ze uitgaan. Deze lunch valt daar duidelijk ook onder. Zonder uitzondering hebben mijn disgenoten goed gekapt haar, gemanicuurde handen, designertassen en mooie schoenen.  Mijn Benetton-tas bezwijkt onder het Louis Vuitton, Chanel en Gucci-geweld.

 

Ik krijg een menukaart uitgereikt en twijfel over wat ik moet bestellen. Voor mij is ontbijt brood met kaas, thee, de krant en een gekookt eitje als ik er echt werk van maak. Hier is ontbijt alles behalve dat. Het zijn minstens gepocheerde eieren in bearnaisesaus, maar vaker nog tamales (gestoomde maisdeegrol met verschillende vulling), kip con mole, frijoles (bruine bonen), veel room en kaas als garnering, quesadillas verdes of rojos (deeg gevuld met kip/vlees met hete rode of groene saus), quesadillas met kaas et cetera.

 

Tijdens het eten worden de vragen mijn kant op gevuurd. Ik vertel over hoe ik op mijn achttiende ging studeren, dat ik op kamers ging wonen, na drie jaar El Señor leerde kennen. Dat we na een paar jaar gingen samenwonen, afstudeerden, gingen werken en ons eerste huis kochten. Dat we na tien jaar ‘verkering’ Cees kregen en op de dag dat we twaalf en een half jaar samen waren in het huwelijk traden. Dat ik net zo snel als El Señor carrière heb gemaakt en dat het raar voelde om die op te geven. Ik zie dat ze hun best doen om hun verbazing te verbergen. Toch ben ik op dit moment in hun ogen een exotisch dier.

 

Dit zijn ze namelijk niet gewend. Zij hebben ook allemaal gestudeerd, maar allemaal in Mexico City en bleven ook allemaal thuis wonen. Samenwonen is not done in het hevig katholieke Mexico, dus er wordt eerst getrouwd. Daarna betrekken ze met kersverse echtgenoot hun huis, krijgen kinderen, stoppen met werken en worden fulltime moeder.

 

‘Jullie lijken ook helemaal niet Mexicaans!’, flap ik eruit. En toen werd het stil…

 

Kinderen staan hier heel centraal en de moeder is de heilige die ze grootbrengt. Gelukkig word ik na het onthullen van mijn zondige levensstijl nog steeds geaccepteerd. Het voelt ook goed. We hebben een compleet andere achtergrond, maar het is allemaal heel herkenbaar. Ook qua uiterlijk. Ze zien er totaal niet Mexicaans uit. Ze zouden stuk voor stuk uit een willekeurig Europees land kunnen komen, uit Nederland zelfs.

 

Ik ben zo blij en enthousiast over deze groep mensen dat ik het er spontaan uitflap: ‘Jullie lijken ook helemaal niet Mexicaans!’ Niet iedereen heeft het gehoord. Giovanna, die naast mij zit, duidelijk wel en vraagt: ‘Whát did you say?’ En ik herhaal het. Ze maant om stilte en stelt de groep op de hoogte van mijn uitspraak. Vervolgens vraagt ze met enige kilte in haar stem hoe Mexicanen er volgens mij dan uit zouden moeten zien.

 

Hier gaat iets fout. Voel ik. Al begrijp ik niet precies wat. Ik antwoord dat ze er gewoon uitzien als mijn Nederlandse vriendinnen.

 

‘Wat dacht je dan?’ vraagt Giovanna scherp. ‘Dat we allemaal onder een cactus zouden zitten?’ vervolgt ze cynisch.

 

De anderen lachen.

 

Nogmaals probeer ik uit te leggen dat ze voor mij zo herkenbaar zijn, dat ik daar blij van word en dat ik er verder echt niks meer bedoelde. De meesten geven mij een ’t-is-al-goed-knikje. Ik hoor Giovanna klakkende geluiden met haar tong maken. ‘Oh, oh, oh, Eugéén, je moet nog veel leren,’ voegt ze daar aan toe.

 

  

Eugenie van Stratum is communicatiemanager. Moeder en echtgenote. Ze leest en schrijft. Eet en drinkt (niet altijd in gepaste hoeveelheden). Doet aan pilates. Bezwijkt regelmatig voor ongecontroleerde actie.

Portretfoto: Natalie Leeuwenberg