Bij elke gewichtsmeting komt de oude vertrouwde wiskundige BMI-formule tevoorschijn. Het gewicht (kg) / (lengte (m) x lengte (m)). Maar is een gezond gewicht echt wel zo makkelijk te berekenen? Experts plaatsen kanttekeningen.
Ik zie dat lijntje op de basisschool nog een kleine uitschieter maken op de groeicurve. Mijn BMI vloog een beetje uit de bocht, zei de schoolarts streng. En daar werd mijn petit BMI-trauma geboren. Ik rekende jaarlijks mijn BMI op de cijfer nauwkeurig uit aan de hand van mijn lengtemeters en gewicht. Tót iemand me zei dat alleen de BMI weinig zegt over een gezond gewicht.
Uitzonderingen op de regel
Elk lichaam is anders, ieder mens verschillend gebouwd, de één heeft borsten en de ander niet, kan dit dan zo makkelijk onder een formule vallen? De BMI, afkorting voor Body Mass Index, is een internationaal gebruikte maat die laat zien of je een gezond gewicht hebt in verhouding tot je lengte, is te lezen op de site van het Voedingscentrum. Niet iedereen kan de cijfers zomaar door de calculator rammelen trouwens, want voor kinderen en ouderen zijn andere waarden dan voor volwassenen tussen de 16 en 69 jaar oud.
Zijn er uitzonderingen? Ja, blijkt meteen als je de site van het Voedingscentrum erop naslaat. De BMI is minder geschikt als je heel gespierd bent, zwanger, heel lang of heel klein bent óf een Aziatische achtergrond hebt. Dat sluit al een flinke groep uit voor deze internationaal gebruikte maat. Een gezonde BMI ligt tussen de 18,5 en 25 volgens de formule.
De BMI-lat
Is je BMI lager dan 18,5? Dan heb je ondergewicht.
Valt je BMI tussen de 18,5 en 25? Dan heb je een gezond gewicht.
Komt jouw BMI uit tussen 25 en 30? Dan is er sprake van overgewicht.
Alles vanaf 30 en hoger? Volgens de BMI-index kamp je dan met ernstig overgewicht.
Experts zijn steeds scherper op de berekening van de BMI. De kritische kanttekening die ze plaatsen is dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen vet en spiermassa. Het plaatst iemand met bovengemiddeld veel spieren zonder pardon in de categorie overgewicht.
Het is waardevoller om de buikomvang te meten én ook te kijken naar spiermassa en het vetpercentage. Uit onderzoek blijkt dat het minstens zo belangrijk is om te zien op welke plek iemand het meeste vet draagt, wat weer verband houdt met risico op bijvoorbeeld hart- en vaatziekten. Het is een makkelijk meetinstrument voor artsen, maar het zegt niet meteen iets over een verhoogd risico. Zo kunnen mensen met een hoog BMI net zo gezond zijn als iemand met een ‘normale’ score.
Niet zaligmakend
“Een groot onderzoek onderzocht de cardiometabolische gezondheid van mensen over het hele BMI-spectrum en ontdekte dat bijna de helft van de mensen met ‘overgewicht’ en bijna een derde van de ‘zwaarlijvige’ mensen metabolisch gezond waren”, vertelt universitair hoofddocent Paula Brochu van het College of Psychology aan Elle. Dat maakt de BMI-cijfers ineens een stuk minder zaligmakend.
Een probleem dat vaak volgt is dat verzekeraars BMI nog wel als heilige graal behandelen, benadrukt de hoofddocent. En laat je voor sommige ingrepen, operaties of onderzoeken nou alleen in aanmerking komen bij een gezond gewicht. Is het tijd om een systeem dat meer dan 200 jaar oud is gedag te zeggen? In een tijd waarin we enorme sprongen maken op het gebied van medische ontwikkeling lijkt het me geen gekke stap vooruit.
Bron: Voedingscentrum, Elle








