‘Ik liet mijn vriendin ervoor opdraaien en dat zou haar het leven in het dorp onmogelijk maken.’

 

‘Je zou kunnen zeggen dat ik in mijn jonge jaren aan kleptomanie leed. Op de lagere school stal ik vaak snoepjes bij de plaatselijke kruidenier. Dat hield op toen ik betrapt werd en door de politie thuis werd afgeleverd. Maar de behoefte om te stelen – en vooral de opwinding die zich van mij meester maakte als het me lukte om ongezien weg te komen – was daarmee niet over. In de brugklas jatte ik voor het eerst iets bij V&D. Een pen of een gummetje als ik het goed heb. Toen niemand me betrapte was de honger naar méér een feit. Een gummetje werd een lippenstift en later een flesje eau de toilette en van de V&D werd al snel uitgebreid naar kleinere winkels in de stad – vooral kledingwinkels.

 

Op een dag was ik met een vriendin in een nieuwe, kleine, warenhuisachtige winkel in ons dorp. Een zak drop mee naar buiten smokkelen was een peulenschil geweest en die dag had ik mijn zinnen op een zomerjurk gezet. Ik trok mijn vriendin, die niets in de gaten had, mee de paskamer in en begon de jurk meteen in haar tas te proppen. Nog voordat die er goed en wel inzat, werd het gordijn opengetrokken omdat de eigenaresse van de winkel onraad had geroken.

 

Heel laf liet ik mijn vriendin voor mijn poging tot diefstal opdraaien. Het maakte me niet uit hoe hard zij beweerde dat ik het was geweest, ik hield me ijskoud van de domme. De politie werd gebeld en mijn vriendin moest mee en dat bleef in een dorp als dit niet onopgemerkt. Binnen een week wist iedereen dat zij gestolen had en werd ze met de nek aangekeken. 

 

Na onze middelbare school vertrok mijn vriendin om elders in het land te gaan studeren. Heel soms kwam ze nog weleens naar haar ouders. Als ze mij zag keek ze me alleen maar vernietigend aan, maar daar bleef het bij omdat ze van het verleden geleerd had dat ontkennen geen enkele zin had. Ik heb er heus van wakker gelegen dat ik haar het leven in haar geboortedorp onmogelijk heb gemaakt door zo keihard te volharden in liegen. Maar de gedachte aan wat mij boven het hoofd zou hangen als ik alsnog de waarheid zou vertellen, heeft me altijd weerhouden. Temeer omdat ik wel in ons dorp ben blijven wonen en daar nog steeds mijn leven heb.’ 

 

Betsies naam is vanwege privacy gefingeerd.
Haar echte naam is bekend bij de redactie.

 

Moet jou ook iets van het hart en wil je dat (anoniem) met ons delen? Stuur dan een mail naar info@franska.nl onder vermelding van ‘Dit moet ik even kwijt’.