Het lijkt zo’n klein moment. Iets in je hand, de afvalbak open. Twijfel. Mag dit hier? Of toch daar? Vanaf 1 januari wordt dat moment iets korter. De regels rond pmd-afval zijn aangescherpt én verruimd. Met één duidelijk uitgangspunt: kijk niet zozeer naar het materiaal, maar naar wat het is.
Alles begint bij de verpakking. Is iets bedoeld om iets anders te verpakken, en bestaat het grotendeels uit plastic of metaal, dan mag het bij het pmd. Wel graag zo leeg mogelijk. Schenk, knijp en schraap — niet uit pietluttigheid, maar omdat lege verpakkingen nu eenmaal beter te recyclen zijn.
Dat betekent dat chips- en soepzakken, drink-, yoghurt- en sauspakken, doppen en deksels, grote verpakkingsfolies en zelfs winkeltasjes gewoon bij het pmd mogen. Koffiecapsules ook. Die hoeven niet eens leeg. Lege spuitbussen van deodorant, haarlak of slagroom zijn geen restafval meer, maar grondstof.
Tegelijkertijd blijft er veel dat níét in die bak hoort. Verpakkingen met inhoud bijvoorbeeld. Of landbouw- en vijverfolie, worteldoek, plastic producten die geen verpakking zijn. Metalen voorwerpen zoals pannen of bestek horen elders thuis, net als medisch afval. Etensresten gaan bij het gft, glas bij glas, papier bij papier. Textiel, elektrische apparaten, accu’s en batterijen hebben hun eigen route.
Afval scheiden wordt zo geen lijstje om uit het hoofd te leren, maar een manier van kijken. Wat is het? Waarvoor was het bedoeld? In dat onderscheid zit de winst. Minder twijfel aan de afvalbak. Meer hergebruik daarna.
Bron: NOS







