Dingen die ik dacht nooit te zullen doen

esther goedegebuure

 

Er komt zo’n dag waarop je jezelf ineens iets hoort zeggen of ziet doen waarvan je je heilig voorgenomen had dat je je dáár nooit schuldig aan zou maken.

 

 

 

‘Het is hier geen hotel’ snauwen tegen je kinderen, bijvoorbeeld. Of ze zonder enig bewezen succes maar achter de broek aan blijven zitten vanwege huiswerk. Je hoort de echo van je ouders, je rilt en gruwelt van jezelf, maar het is sterker dan je goeie gedrag.

 

Van een andere categorie maar ook zo’n principeverstoorder: met de deur open plassen.

 

Of toch voor een botoxprikje zwichten. Je dacht dat je er nooit aan zou beginnen, maar hé, je bent een mens met zwaktes.

 

Een puppy nemen als de kinderen op het punt staan het nest te gaan verlaten was ook zo’n stereotype keuze waarvan ik zeker wist dat ik die aan me voorbij zou laten gaan. Ik hield niet eens van huisdieren. Sterker nog, ik vond ze vies. En de meeste mensen met huisdieren aanstellers. Maar nu ik er eenmaal een heb vervagen zo zoetjes aan meer normen en meningen en ben ik behalve een hondenvriend ook zo’n vrouw geworden die praat tegen dieren.

 

Ik heb het niet over dingen zeggen als ‘zit’, ‘lig’, ‘af’ en ‘blijf’, want dat soort woorden zijn in het geval van mijn Molly tegen dovenmansoren gericht. Ik ben zo’n vrouw geworden die ‘slaap lekker’ zegt tegen het hondenbeest als ze ’s avonds de lichten uitdoet voor ze naar boven gaat. Die ‘I love you, I love you, I love you’ prevelt als ze 3000 kusjes op die zachte hangoren geeft.

 

Maar dat soort dingen, die vergeef ik mezelf nog. Dat is gewoon de liefde. Van een heel andere dimensie vind ik praten tegen de hond als het eigenlijk niet tegen de hond bedoeld is. Als het eigenlijk een verkapte manier is van praten tegen mensen die op dat moment in onze nabijheid verkeren. Praten over de hond heen, die zelf geen snars van je woorden begrijpt en zonder twijfel geen enkele moeite doet om te luisteren. Ik bedoel dingen zeggen als ‘Molly gedraag je’ wanneer ze vijandig gromt en blaft tegen passanten achter een rollator, op een scootmobiel of met een wandelstok. Mijn hond doet namelijk aan ouderendiscriminatie. Een sterk af te keuren eigenschap waar ik me namens haar voor moet excuseren. Of eigenlijk, ik excuseer mezelf, want per slot van rekening ben ik het die nalatig is geweest haar fatsoenlijk op te voeden. Maar waarom zeg ik niet gewoon ‘sorry dat mijn hond zich misdraagt, mevrouw’ tegen de bestuurder van de scootmobiel zelf?

 

Waarom richt ik me tot mijn hond? Het is hetzelfde als de moeder in de zandbak wiens dreumes net een heut met zijn schepje aan een ander kind heeft uitgedeeld.
In plaats van dat de moeder sorry zegt tegen de andere moeder gaat ze met zo’n verschrikkelijk piepstemmetje praten tegen haar dreumes. ‘Dat is toch niet lief Beautje!’

 

Terwijl Beautje zonder geweten en benul hier natuurlijk geen enkele boodschap aan heeft.

 

Ik ben net als die moeder in de zandbak niet de enige. Massa’s moeders en hondeneigenaren praten via kind of dier tegen de ander. Ik gruwde ervan en deed het op een dag toch.

 

Er is één ding dat erger is dan praten tegen dieren als je het eigenlijk tegen mensen hebt en dat is praten tegen jezelf als daar andere mensen bij zijn. Dat doet mijn man. Die murmelt de hele dag van alles en nog wat tegen zichzelf. Ik vind dat zo’n oude-mannengewoonte! Die ouderendiscriminatie, dat heeft Molly waarschijnlijk van mij.

 

Door: Esther Goedegebuure