De kou uit de lucht

 

 

Wéér storing. Elk jaar als het koud wordt, schiet onze verwarmingsketel in een kramp. En daardoor ik ook.

 

 

 

Allerlei foutmeldingen wisselen elkaar dan af, en er komt een hoop geluid uit de ketel en de radiatoren, maar geen warmte meer. Nooit flikt hij dat in de zomer, maar altijd net op het moment van nieuwe vorst aan de grond sta ik dan onder een koude douche en blijft mijn huis koud. Ik wil die ketel dus al jaren vervangen – want nieuwe exemplaren stoken ook allang veel goedkoper – maar ik ben ook tegen het weggooien van spullen die nog werken na reparatie. Zo’n nieuwe ketel is dan ook weer eerder aan vervanging toe, dus ik bel bij elke storing maar weer trouw de servicedienst die ook het onderhoud verricht (opdat dat ding veilig blijft functioneren en altijd zonder storingen werkt tot de volgende onderhoudsbeurt. Ahum.).

 

Als de kou zijn intrede doet, raakt steevast het pijpje verstopt dat de drab afvoert, of er is iets anders dat stuk gaat. Ik sta met vier vesten, zes sokken, twee wollen wanten aan en een wollen muts op mijn hoofd de monteurs dan op te wachten en tier elk jaar dat die rotketel nu écht de deur uit moet en vervangen dient te worden. Waarop zij dan antwoorden dat dat ding nog prima is. Dat alleen dat ene onderdeeltje even vervangen (of schoongemaakt) moet worden, en dat daarna alles weer keurig functioneert. Het kost me alleen de onderdelen, en niet de aanrijtijd en werkuren van de monteurs, maar wat men voor het gemak wel even vergeet is dat ik óók moet werken. Ik kan met blauwe, bevroren vingers mijn toetsten niet meer indrukken, en mijn inspiratie verdwijnt elke keer als sneeuw voor de zon als ik mopperend moet melden dat dat kreng weer op tilt slaat.

 

Maar dit jaar dacht het onderhoudsbedrijf blijkbaar: we sturen jou wel iemand die je inspireert terwijl je wacht, en onze monteur houden we zoet door hem te beloven dat hij in een benedenhuis mag klussen. Dat hij dus niet zeven trappen en een galerij van een flatgebouw over hoeft met zijn héél erg, ongelooflijk, maar écht hééél pijnlijke voet.

 

Nou… viel dát even tegen voor ons beiden. Toen ik de deur opendeed kwam hij (zonder te groeten) al puffend en steunend over de drempel, en dat puffen en steunen is niet meer gestopt tot hij wegging. Voetje voor voetje schreed hij door de (sorry) ellenlange gang die naar de trap leidt. Daar beklom hij tree voor tree de trap, terwijl hij bij elke trede keihard kreunde. Bovendien moest hij boven helaas weer diezelfde lange gang door, maar dan de andere kant op, en aan het eind van die gang moest hij ook nog in een kamer door een luik klimmen, naar de zolder waar dus de ketel hangt.

 

Ja, excuus. Ik heb dat ding daar niet opgehangen. Dat hebben zijn collega’s gedaan.

 

Vervolgens moest hij, na inspectie, het te vervangen onderdeel natuurlijk weer uit zijn auto gaan halen, en dus begon de hele lijdensweg weer opnieuw. Hééééén, ennnnn terug. Au, au, puf, puf, ach, ach, en wee, wee.

 

Tijdens het repareren vroeg hij tevens of hij alleen gelaten kon worden, want hij werd bloednerveus van mensen die op zijn vingers keken, zei hij. Nou deed niemand dat, want als wij wisten wat hij moest doen, dan deden we het zelf wel. Maar oké…

 

Daardoor kwam hij nog een aantal malen luid kreunend het luik door om de heet-waterkraan aan te draaien (wat ik ook voor hem had kunnen doen als ik erbij had mogen blijven), en daarna verliet hij, mopperend op zijn baas, alle verpakkingen van de onderdelen, de trap, de gang, plus het weer, ons pand.

 

Pffffff…

 

Ik zit er dus nu weer warmpjes bij, en heb inderdaad voer voor een column.

 

Maar ik weet het nu wel zeker! Die ketel gaat eruit.

 

En tussen mij en dat onderhoudsbedrijf moet de kou ook nog even uit de lucht.

 

 

 

Door: Tineke

Tineke is schrijfster van de boeken “Toch?” en “Stof Genoeg” en ze blogt ook zo nu en dan. Ze woont op het platteland met één (leuke) man, twee (lieve) kinderen, drie (onbespeelde) muziekinstrumenten, vier (wisselende) mantelzorgprojecten, een (bijna) vijfde boek, haar zesde (luie) kat, en (dus) ongeveer zeven muizen.

Afbeelding van Tineke