De kinderwagen

 

De zoon van Anita en zijn vrouw verwachten eindelijk hun eerste kindje. Maar in plaats van dat het de familie dichter bij elkaar brengt wordt de afstand tussen hen alleen maar groter.

 

 

 

‘Hoewel ik altijd dacht dat ik een heel goede relatie met mijn zoon en zijn vrouw had krijg ik steeds meer het gevoel dat ik tweede viool speelde als in vergelijking met haar ouders. Ik had gehoopt dat de geboorte van het eerste kindje van mijn zoon en schoondochter iets zou veranderen. Het was lange tijd een grote wens die maar niet in vervulling ging en pas na twee jaar “dokteren” was mijn schoondochter zwanger. Natuurlijk snap ik heel goed dat ze haar verdriet niet zo makkelijk met mij deelde maar liever bij haar moeder uithuilde als het weer niet gelukt was, maar nu het kindje in aantocht is had ik het toch wel leuk gevonden als we wat closer zouden worden. Ik ben tenslotte ook een van de grootouders van dit kindje, maar weer krijg ik het gevoel dat ik buitengesloten word.

 

Het leek me ook fijn om met de andere opa en oma wat meer contact te krijgen en daarom vroeg ik een paar keer of ze bij mij thuis op de koffie wilden komen, maar ze wuifden mijn uitnodiging steeds min of meer weg met een vriendelijk maar zeer afstandelijk ‘ja, dat moesten we eens een keer doen’. Uiteindelijk ben ik gestopt om het ze te vragen, maar het steekt me wel. Vooral als we elkaar dan bij mijn zoon en hun dochter zien tijdens een verjaardag, voelt het toch erg ongemakkelijk.

 

Natuurlijk wilde ik voor de geboorte graag iets moois geven waar de nieuwe ouders ook wat aan zouden hebben. Dus laatst had ik tegen mijn zoon en schoondochter gezegd dat ik ze graag een kinderwagen cadeau wilde doen, ik had een mooi bedrag op een kaart geschreven en dat aan ze gegeven. Ik was dan ook heel onaangenaam verrast toen ik laatst bij hen op visite was en in de gang een heel dure kinderwagen zag staan. Mijn zoon schuifelde ongemakkelijk heen en weer toen hij mijn gezicht zag. Nee, dit was niet de kinderwagen die ik had gegeven. Deze hadden ze gisteren samen met haar ouders uitgekozen, maar van dat geld dat ik cadeau had gedaan zouden ze wel wat anders kopen. Ze hadden nog een badje nodig en wat lakentjes voor het wiegje.

 

Het was alsof ik een klap in mijn gezicht kreeg. Blijkbaar schiet ik altijd te kort en wat ik ook doe, ik haal het nooit bij haar ouders. Hoewel ik er geen wedstrijd van wil maken krijg ik steeds meer het idee dat ik nog harder mijn best moet doen en dat doet me veel verdriet. Hoe zal het straks dan zijn? Ben ik als oma straks wel goed genoeg? Ik geef het toe: ik ben jaloers op het contact dat mijn zoon en schoondochter hebben met haar ouders, maar wil er liever niets van zeggen. Ik ben bang dat ze me niet zullen begrijpen en we er ruzie over krijgen, wat hen nog meer reden geeft om naar haar ouders toe te trekken en de afstand tussen ons alleen maar vergroot.’