songfestivalfeest
songfestivalfeest

Waarom je dit weekend nog naar Zeeland wilt

 

Als je de snelweg naar het zuiden neemt en nét voor Zeeland afslaat, dan sta je op de geboortegrond van Adeline. Maar omdat die plaats van oorsprong gevaarlijk dicht bij het Zeeuwse ligt, zakte zij weleens af naar (en door bij) haar zuiderburen. Dit is waarom Adeline een weekend Zeeland een goed idee vindt.

 

1. ‘Hier aan de kust, de Zeeuwse kust, waar de mensen onbewust zin in mosselfeesten krijgen.’ Pascal van Bløf zingt ’t al. En eigenlijk mag ik dit niet verklappen van de locals, maar die feesten zijn dus het allergezelligst vóór ze officieel beginnen. Als je op de officiële kopij vrijdag en zaterdag ziet staan, dan ga je gewoon alvast op donderdagavond een ieniemienie-drankje doen. Ik waarschuw je alvast voor een extreem hoog feestgehalte.

 

2. Het Grevelingenmeer, dat ontzettend knap ligt te zijn aan de rand van Schouwen-Duiveland, is het grootste zoutwatermeer van Europa. Ja, heb ik je meteen nog wat geografische kunde bijgebracht. Maar daar barst het dus van de bootjes, SUP’s en surfplanken. Kun je gewoon huren. Insiders tip: neem de afslag bij Bruinisse richting de jachthaven, alsof je met je snufferd in Saint-Tropez bent beland. Echt.

 

3. Zee, rust, kust; Zeeland ís water, want het bestaat niet voor niets uit eilanden. Zorg daarom voor een onderkomen in de buurt van het strand. Is daar pas de problème. Niets fijners dan lekker even dat zand omploegen vroeg in de ochtend, op een minder zonnig moment of juist aan het begin van de avond. Dan hoef je ook je skills als hordenspringer niet uit de kast te trekken om het strand over te komen, want het is van jou (en die paar verstekelingen die hetzelfde strakke plan hadden).

 

4. Shoppen! Alleen al de fijne schoenketen Omoda heeft vijf winkels in Zeeland. VIJF. Als je nu geen excuus meer hebt om op een holletje naar het zuiden te gaan, dan weet ik het ook niet meer. Ik bedoel: hallo, schóenen. Hup, vort. Het is maar twee uurtjes rijden voor de grootstedelingen onder ons.

 

5. En als je gaat shoppen, dan zie je die allerliefste havenstadjes. Met allerlekkerste terrasjes waar je niemand hoeft weg te duwen voor wat zon. En allerfijnste lunchtentjes met producten uit de streek. Ik scrol as we speak door mijn lievelingsadresjes om te logeren.

 

6. Vis, heel veel vis. In mei en juni eet je de Oosterscheldekreeft zo vers van de bodem om je daarna te storten op de pan mosselen. Maar boek ook nog een nachtje weg in september, want dan komen de geeltjes op tafel. En als je een mosselliefhebber bent, dan zijn dit de lekkerste die je ooit hebt geproefd. Vind ik. Beloofd.

 

7. Als je nog wat historisch goed tot je wil nemen, dan ga je naar de stormvloedkering om te zien waarom het dus een goed idee is dat dat ding er staat. Stap op een boot en wie weet spot je nog een zeehond, want ja, die hebben ze in het Zeeuwse ook.

 

Zie ik je aan de Zeeuwse kust?

 

 

Tekst: Adeline