Ben je gek op vlaai?

Dan heb ik iets heel leuks te winnen vandaag

Franska nov3

Als ik een foto van iets lekkers zie proef ik het vaak al, zeker bij deze vlaaien. Heb jij dat ook? Nou dan wordt het smullen met dit nieuwe boek van Roel Peeters

boek vlaai Roel Peeters met recepten over de Limburgse vlaai

Na het succes van zijn eerste boek ‘Vlaai’ gaat hij in dit nieuwe bakboek een stapje verder. Hij creëerde 35 nieuwe recepten voor overheerlijke vlaaien. Natuurlijk voor traditionele Limburgse vlaaien, maar ook voor andersoortige bodems, bijzondere smaken en structuren. Deze vlaaien vind je echt niet bij de bakker.

Wat dacht je van Witte-chocoladebavarois op kersenvlaai, Limburgse amandel-perenvlaai, Appelvlaai met rozijnen, amandel en gebrand karamelschuim of Rijstevlaai met hazelnootroom?

Dankzij de handige stap-voor-stap-instructies van Roel verras je iedereen en vooral jezelf natuurlijk met de allerheerlijkste vlaaien. Het boek is trouwens ook een absolute must-have en een naslagwerk door alle extra uitleg die je krijgt, kan bijna niet anders dan dat je dankzij Roel een topbakker wordt, of misschien zelfs wel een eigen vlaaien-bakkerij begint. 

192 pagina’s dik en watertandend lekker gefotografeerd (€29,99)

Voorproefje? Komt ie, de Kruisbessenvlaai met vanilleslagroom

INGREDIËNTEN 

  • Vanilleslagroom
  • 350 g slagroom (100 g + 250 g)
  • merg uit 1 /2 vanillestokje
  • 45 g suiker 

Deeg:

  • 165 g bloem
  • 10 g melkpoeder
  • 15 g bakkersgist
  • 75 g water
  • 15 g basterdsuiker
  • 3 g zout
  • 65 g margarine 

Vulling: 

  • 175 g suiker
  • 50 g koudbindmiddel
  • 700 g kruisbessen op sap 

Overig:

margarine om de vlaaipan in te vetten 

BENODIGDHEDEN 

  • vlaaipan ø 30 cm
  • smeerkwast bekken (2 x)
  • deegkrabber
  • rolstok
  • steelpannetje
  • gebogen glaceermes
  • vlaaiplankje
  • recht glaceermes
  • vlaairekje of ovenrekje
  • planeetmenger met garde
  • spuitzak met kartelspuitje 

Bereidingstijd: 180 min

Bereiding:

  1. Breng minimaal 1 uur voor je met de rest begint voor de vanilleslagroom 100 gram slagroom aan de kook met het vanillemerg. Laat afkoelen en zet in de koelkast.  
  2. Maak met de ingrediënten voor het deeg een gistdeeg (zie PS), maar voeg bij het bloem de melkpoeder toe.
  3. Vorm het deeg tot een bol.  
  4. Meng voor de vulling eerst de suiker goed met het koudbindmiddel. Voeg dan de kruisbessen met het sap toe.
  5. Smeer de vlaaivorm licht in met margarine.
  6. Rol het deeg uit tot een plak die iets groter is dan de vlaaipan en fonceer de vlaaipan ermee.
  7. Verdeel de vulling over de vlaai en strijk met een gebogen glaceermes mooi uit.
  8. Laat de vlaai nog 30 minuten rijzen op de werkbank.
  9. Verwarm de oven voor op 220 °c.
  10. Rol met een rolstok het overtollige deeg van de vlaaipan af.
  11. Bak de vlaai in de voorverwarmde oven in 20-25 minuten goudbruin.  
  12. Los de vlaai direct na het bakken en laat afkoelen op een vlaairekje.
  13. Klop voor de vanilleslagroom de vooraf getrokken vanilleslagroom op met de resterende slagroom en de suiker. Schep in een spuitzak.  
  14. Spuit de vlaai op met de vanilleroom.

En wat nou het allerleukste is, ik mag twee van deze heerlijke boeken verloten. Meedingen? Even reageren op Facebook onder dit artikel, dan lees je daar volgende week of je een van de twee gelukkigen bent.

Veel succes en een smakelijke week gewenst!

Liefs van Franska

PS: Nog even het gistdeeg (hier krijg je in het boek ook een stap-voor-stap foto-uitleg bij):

Een gistdeeg bereid je op een bijzondere manier. Je maakt namelijk eerst twee mengsels die je later weer bij elkaar doet om er één deeg van te maken. Het eerste mengsel dat je gaat maken heet een zetsel en heeft als doel de gist actief te maken. Doe iets meer dan de helft van de bloem in een bekken. Voeg de gist toe en de melk of het water (1). Je lost eerst de gist op (2), dan neem je de bloem erbij en maak er een glad papje van (3-4). De melk mag hierbij gewoon koud uit de koelkast gebruikt worden. Maak nu het tweede mengsel. Meng op de werkbank de suiker, het zout en de margarine tot een homogene massa (5-6). Maak een bergje van de resterende bloem en leg daar de in 3-4 stukjes verdeelde gemengde margarine op (7). Neem de bloem en de margarinestukjes in beide handen, met de pinken tegen elkaar en de duimen gespreid. Wrijf je handen een keer op en neer om de grondstoffen te vermengen. Laat het geheel weer los en herhaal (8). Er ontstaan zo kruimeltjes. Je mag stoppen met kruimelen als de kruimels geel worden en je geen losse bloem meer ziet (9). De kruimels mogen best onregelmatig van vorm zijn. Het gaat hier om vermenging van grondstoffen en de kleur van de kruimels is daarvoor de beste indicator. Ondertussen is het zetsel ‘los’ gekomen; de gist is aan het werk. Je ziet de eerste bubbeltjes omhoog komen. Je gaat nu beide mengsels ‘door elkaar zetten’ tot een deeg. Haal het zetsel uit het bekken en leg het op de kruimels (10-11). Knijp met je handen de kruimels door het zetsel (12). Zo krijg je min of meer een deegbal, maar er zitten nog wel losse kruimeltjes en kleurverschillen in en het vlaaideeg moet uiteraard wel homogeen worden (13). Houd hiervoor het deeg met je niet-dominante hand als een bol vast. Druk met de muis van je dominante hand op de voorkant van de deegbol. Wrijf je hand in één lange haal over de werkbank door het deeg, weg van de bol (14). Zo wrijf je de kruimels en het zetsel door elkaar. Neem steeds een nieuw stukje deeg dat je over de werkbank wrijft totdat heel het deeg een keer gewreven is. Blijf dit herhalen tot je een homogeen deeg hebt, waar geen klontjes en kleurverschillen meer in zitten (15). Verdeel zo nodig het deeg in 2 bolletjes en laat het even rusten op de werkbank. Ondertussen kun je de vulling bereiden en de vlaaipan smeren. Het maken van een gistdeeg voor een vlaai lijkt een beetje omslachtig, maar dat heeft een reden. Door veel kneden krijg je namelijk een sterk glutennetwerk in je deeg dat het uitrollen moeilijker maakt, zoals ik al uitlegde onder het kopje Bloem (zie blz. 13). Vandaar dat we twee mengsels maken, waarin nog geen glutenontwikkeling plaatsvindt. Vervolgens meng je die door elkaar tot één deeg en hoef je, omdat de grondstoffen in beide mengsels al door elkaar zitten, niet veel meer te kneden en krijg je dus weinig glutenontwikkeling. Zo maak je een soepel deeg dat zich wél gemakkelijk uit laat rollen. Als het deeg homogeen gemengd is zal het waarschijnlijk nog heel plakkerig zijn. Ga dan vooral geen bloem toevoegen om dit ‘op te lossen’! Het zetmeel en de eiwitten in het deeg hebben nog niet al het vocht (de melk) opgenomen. Tijdens het rusten op de werkbank krijgen het zetmeel en de eiwitten de kans om dit vocht te binden en na de rust voelt het deeg heel anders aan. Na het rusten kun je het deeg uitrollen (zie blz. 30-31) en de vlaaipan fonceren (zie blz. 31). Let op: bij het fonceren van gistdeeg, dit deeg is niet geschikt om te ‘knippen en plakken’.

Door: Franska

Afbeelding van Franska
newsletter image
newsletter close button newsletter image
Word jij ook gezellig
Franska vriendin?
Zo maak je kans op
prijzen en uitjes!