‘Are you cold?’

 

‘You need a blanket?’

 

 

 

Ik houd het op een Slavische taal, maar kan niet precies duiden welke. De verpleegkundige aan de andere kant van mijn gordijn zet hoorbaar alle zeilen bij om wijs te worden uit de klachten van de man. Iets met zijn hart, zoveel is duidelijk. Maar of dit voor het eerst is of dat er al een voorgeschiedenis is? Of de man medicijnen slikt en of hij pijn op de borst voelt?

 

‘Are you cold?’ vraagt de verpleegkundige. De patiënt overlegt met zijn vriend die naast hem aan het bed zit, maar ze kunnen het er niet over eens worden wat er wordt gevraagd.

 

‘You need a blanket?’ Het geduld van deze professioneel is bewonderenswaardig. Nu beginnen patiënt en vriend om redenen die ze ongetwijfeld zelf wél begrijpen, te lachen. De verpleegkundige verlaat de zaal en keert ongeveer per omgaande terug met een deken over zijn arm. ‘Blanket?’ hoor ik weer. Aha, dat bedoelde hij. Welnee. Alsjeblieft geen blanket zeg.

 

En dan gaat er een alarm af boven mijn hoofd en snelt de verpleegkundige mijn kant uit met de vraag of ik het benauwd heb. ‘Benauwd? Nee.’ Ik schijn de zuurstofsaturatiemeter van mijn vinger gehaald te hebben en dat geeft storing. ‘Sorry!’

 

Even later word ik naar een kamer verderop in de gang gereden voor een scan – ik was even behoorlijk van de leg waardoor ik op de eerste hulp belandde, maar blijk bij nader inzien en onderzoek niets ernstigs te hebben gelukkig! Ik suf een half uurtje of zo weg tot de uitslag en word dan gewekt met de geruststellende boodschap dat ik gewoon lekker naar huis mag omdat een eigen bed toch altijd stukken fijner slaapt dan een ziekenhuisbed. Maar als ik dat liever heb, dan mag ik ook blijven trouwens.

 

Mijn man zet me als de wiedeweerga in een rolstoel – ‘laat dit alsjeblieft niet ons voorland zijn!’ – en begint aan de reis naar de uitgang. Bij de tweede klapdeuren komen we de verpleegkundige van de hartpatiënt tegen. Mijn man spreekt zijn bewondering uit voor zijn geduld. Het compliment wordt met een lach van oor tot oor in ontvangst genomen. Ze zijn het gewend, zegt hij. Al went het eigenlijk nooit om niet te kunnen communiceren met een mens in nood. Als het echt niet anders kan wordt er een tolk bijgehaald. Maar in het geval van hartklachten kan dat nou net de vertragende factor zijn die fataal wordt.

 

Weet je nog dat applaus voor de inzet van alle verpleegkundigen tijdens corona? Wat mij betreft mag er wekelijks worden geklapt en mag dat applaus dan graag los van salarisverhogingen en inflatiecorrecties komen!

 

Door: Brigitte Bormans

Brigitte werkte jarenlang als culinair journalist en schreef twee kookboeken. In 2004 werd ze directeur/eigenaar van Erfgoed Logies. Maar zonder schrijven kan ze niet. Gelukkig zag Franska wel iets in haar columns, kwam van het een het ander en mag er nu ook over andere zaken worden geschreven.

Afbeelding van Brigitte Bormans