Als een dierbare ziek is…

 

Dan is dit wat je wil

 

‘Hoe gaat het met je?’ de meest alledaagse vraag wordt zwaarder dan een stootkogel zodra hij echt relevant is. Normaal is het een hoe-gaat-het-met-je links en een druk-maar-lekker rechts dat om je oren tettert, maar als er echt iets is, kleeft er zwaarte aan de vraag.

 

Ik had ooit een collega die borstkanker had en zij merkte op dat bij haar het woord ‘nu’ aan de vraag werd toe gevoegd. Hoe gaat het NU met je? En dan de stem even lang en laag laten hangen bij het woordje ‘nu’. Nu gaf aan dat de vraag niet over haar maar over kanker ging. En dat het niet de bedoeling was dat je dan over de wintertijd ging beginnen. Tenzij dat een relatie had tot je patiënt-zijn, dan mocht het wel. Zij vroeg ons om gewoon de vraag ‘He, hoe is het?’ te stellen en dan zou zij wel bekijken of ze het over kanker zou hebben of over de lege papierbak van het kopieerapparaat.

 

Daar moet ik vaak aan denken als iemand in mijn omgeving ziek is. Mijn strandbuurvrouw die veel mensen verzorgt die in de laatste bladzijde van hun boek aan het schrijven zijn, tipte me om gewoon te zeggen: ‘Wat FIJN dat ik je zie.’ 

 

Dat vond ik een mooi advies, maar ondertussen wil ik natuurlijk ook graag weten hoe het met diegene gaat. Terwijl ik me ook kan voorstellen dat je geen zin hebt om bij de slager, bakker en de bloemist weer je eigen persbericht op te lepelen.

 

Een dierbare in mijn omgeving die potdorie ook gegrepen is door die verdikkemese kanker heeft iets moois gevonden. Het is een blog dat Hoest-ie heet, waarvoor je wordt uitgenodigd (dus als je niet op de ziekenhuisverslagen zit te wachten, schrijf je je niet in) en waarvan je elke keer als er een nieuw bericht verschijnt een bericht krijgt. In plaats van hartjes heeft Hoest-ie kaarsjes en onderaan de blog kun je een reactie achterlaten. Zo hoeft de patiënt niet elke keer hetzelfde verhaal af te draaien en kan ik nu weer gewoon en luchtig ‘He, hoe is het?’ zeggen als ik haar zie en kan zij lekker praten over de mooie kastanje in haar voortuin. 

 

En nu hoop ik dat Hoest-ie gauw niet meer nodig zal zijn. Maar dat snap je.

 

Door: May-Britt Mobach

Fotografie: Esmée Franken. Visagie: Charlotte van Gulik, Haar: Isabella Greuter

Afbeelding van May-Britt Mobach