Afdeling leedvermaak

 

Wat wil de lezer? Dat moet je je altijd afvragen als je columns schrijft.

 

Kijk, met een boek werkt dat anders. Daarin kun je als schrijver je eigen ei wel kwijt. Maar in columns word je geacht te schrijven naar de wensen van je lezers. Logisch natuurlijk, want als je voor de Vogue werkt dan schrijf je andere columns dan wanneer je voor de Playboy tikt. Het heeft voor de Playboy geen enkele zijn om over een lange rok te gaan schrijven, want daar moet hij juist uít. Net zomin als je voor een modeblad niet over de schoonheid van het naakte lichaam hoeft te beginnen, want daar willen ze je juist weer ín die rok hebben. Je moet dus wel een beetje opletten wat je voor welke lezer weergeeft. Je moet je een beetje willen verdiepen in de boodschap van de afnemer.

 

Wat het tijdschrift wil uitdragen, wordt je meestal wel verteld door de hoofdredacteur, en wat de lezers appreciëren, is vaak terug te vinden in de statistieken en de online reacties. Is het publiek hoogopgeleid, laagopgeleid, oud, jong, aardig, maatschappelijk betrokken, werkend, muzikaal, enzovoort. En – ook niet onbelangrijk – welke columns worden online aangeklikt en/of gedeeld.

 

En wat bij mij vaak opvalt, is dat de stukken over wat er misgaat in mijn leven het best scoren. Voor welk blad ik ook schrijf; mijn mening over de wereld wordt niet zo gewaardeerd, maar mijn leed des te meer. Hoe meer er fout gaat, hoe leuker, lijkt wel.

 

En natuurlijk is het niet zo dat lezers genieten als ik lijd, maar ik merk wel dat mijn succesverhalen minder goed aanslaan dan mijn dompers.

 

Daar zit natuurlijk ook een zekere logica in, want over succes schrijven valt al snel onder opscheppen en dat is saai. Maar over mislukkingen en ongemakken kun je nog een beetje grappig doen. Dat is dan ook veel eerder herkenbaar voor mensen, en het is bovendien vermakelijker om te lezen over iemand bij wie ook niet altijd alles lukt. Da’s fijner dan wanneer je jezelf steeds maar vergeleken ziet met iemand bij wie altijd alles alleen maar succesvol verloopt.

 

Nou ja… behalve dan weer op sociale media, geloof ik. Daar moet je jezelf juist neerzetten als zéér succesvol. Als iemand bij wie dag en nacht de zon schijnt, die veel vrienden heeft, de hele dag aan de wijn zit en overal met open armen wordt ontvangen.

 

Ik zou het niet eens kúnnen, denk ik. Ik heb het niet de hele dag leuk. Ik moet keihard werken om geld te verdienen, en moet steeds meer zaken zelf doen.

 

Uitgevers doen geen promotiewerk meer voor je boeken, interviews gaan vaak via de e-mail (dus schrijf ik het stuk wanneer ik de vragen stel, maar eigenlijk óók als ik zelf word geïnterviewd). En gezellige borrels (om bijvoorbeeld nieuwe onderwerpen of toekomstplannen te bespreken) zijn op dit moment ook niet zo verstandig. Blèh.

 

Maar het ergst van alles: de fotoshoots liggen door corona nu stil. 

 

Dus komt steeds vaker het verzoek of je zelf wat foto’s kunt aanleveren. Ai, ai, ai.

 

Ik ga het niet eens beschrijven, maar geloof me: mijn dochter, man, neef, vriendin en buurvrouw hebben inmiddels zo’n 47.000 plaatjes geschoten en er is er niet één goedgekeurd. Op het ene plaatje geef ik licht, en op het andere ben ik niet meer terug te vinden. Op de volgende zit mijn haar raar, en bij de andere zie je mijn tandenborstel op de achtergrond, zit mijn blouse scheef of heb ik mijn ogen dicht. Het is een ramp.

 

Was ik maar met Leco getrouwd, dacht ik pasgeleden nog. Dan was ik veel minder bezig met mislukkingen op het gebied van mijn uiterlijk. En toen iemand me gisteren belde om een stuk te bestellen, nam ik zelfs (per ongeluk) mijn telefoon op met: ‘Afdeling leedvermaak, goedemiddag.’ Zó erg was ik ermee bezig.

 

Ze moest er heel hard om lachen, die redactiemedewerker.

 

Maar ze vroeg wel of ik die flow wilde vasthouden voor een leuk stukkie.

 

Zucht…

Door: Tineke

Tineke is schrijfster van de boeken “Toch?” en “Stof Genoeg” en ze blogt ook zo nu en dan. Ze woont op het platteland met één (leuke) man, twee (lieve) kinderen, drie (onbespeelde) muziekinstrumenten, vier (wisselende) mantelzorgprojecten, een (bijna) vijfde boek, haar zesde (luie) kat, en (dus) ongeveer zeven muizen.

Afbeelding van Tineke