7 X

wat ik van mijn oma heb geleerd

 

Allemaal leuk en aardig die vader-, moeder- en dierendagen, maar waar is de oma- en opadag?

 

Ik heb een missie. Allemaal leuk en aardig die vader-, moeder- en dierendagen, maar waar is de oma- en opadag? Wanneer worden die eens op de kaart gezet. Als iemand een dikke bonus op de opvoeding kan geven, zijn het je grootouders wel. Niet afgeleid door dagelijkse beslommeringen en op tijd op school zijn – en oh ja, heb je je gymtas wel bij je – kunnen zij zich richten op mooie momenten die je nooit zal vergeten. Mijn oma is al sinds de jaren negentig niet meer onder ons, maar mooi niet dat ik haar lessen ooit zal vergeten.

 

 

1.   Lekker is dichtbij

“Het lekkerste drankje dat er is, is water. Gewoon uit de kraan. Laat hem even lopen voordat je je glas eronder houdt en het is koud, zo perfect. Niets lekkerder en beter voor je huid dan dat.”

 

2.   Weinig maak je meer

Een snee brood noemde je een boterham (een snee heb je in je vinger), en je mocht altijd even voorproeven in haar keuken die ze een franse cuisine noemde. We aten gewoon aardappels en boontjes maar ze praatte het naar een hoger plan.

 

3.   Iedereen is gelijk

Dat de neef van mijn vader ‘van de heren’ was, vond zij volstrekt normaal. Hij was welkom. En zijn vriend ook. “Wat een onzin allemaal.”

 

4.   Psychologie van de pop

Als je twaalf bent, wil je niet over alles praten, dus verzon mijn oma een list. Ze kocht een pop, doopte haar Jansje de Graaf en communiceerde met mij over zaken die speelden in mijn leven middels Jansje. “Jansje is niet zo blij, geloof ik. Ze mist haar vrienden denk ik.” Zo probeerde ze me te laten voelen dat het niet erg was dat ik, net verhuisd van Utrecht naar Zeeland, mijn oude vriendinnen miste.

 

5.   Vrouwen voor elkaar

Had mijn moeder een iets te laag uitgesneden blouse aan naar de zin van mijn (zeer gereformeerde) grootvader, dan sneed zij hem de pas af. “Wat heb je een bééldige corsage op, schat!”, riep ze dan vanuit de hoek van de kamer en mijn grootvader kon niets meer zeggen.

 

6.   Reizen is goed voor de mens

Naar haar nicht in Noorwegen of toch maar weken naar Indonesië, mijn grootmoeder deed het en genoot er enorm van. En natuurlijk nam ze cadeaus mee. Hoe verliefd was ik op de beschilderde parasol die ze meenam van een van haar reizen. En hoe beteuterd was ik toen ik hoorde dat de parasol bestemd was voor ‘iemand die buiten de stad woonde’. Bleek ze mij daar toch mee te bedoelen… Ik was er zo blij mee.

 

7.   Die handtas, die houd je op je schoot

Oma droeg een trenchcoat van Burberry of haar warme wollen vest dat ze meenam uit Noorwegen. Ik vergeet nooit hoe ik haar de laatste keer zag. Ontdaan van bijna alles in het tehuis waar ze woonde op de afdeling dementie. Nog altijd blij om me te zien en met haar handtas stevig op haar schoot geklemd. Daarin, met een knijper, foto’s van ons. Haar kinderen. Kleinkinderen. Een ansichtkaart van tante Sjaan uit Noorwegen en een geruite, zachte zakdoek. Ze was bijna alles kwijt, maar die tas, die bleef bij haar.

 

 

 

 

Door Pleuntje van der Horst