songfestivalfeest
songfestivalfeest

Bedankt pa!

Want door jouw kampeergen heb ik wel heel veel fantastische ervaringen opgedaan.

 

Ik doe ook nog wat over kamperen, mag dat? Nee? Dat hoorde ik geloof ik niet, dus ik doe het toch maar. Wie hier meeleest, kan het weten: ik ben dol op kamperen. Van huis uit meegekregen via mijn vader. Via mijn moeder had dat onmogelijk gekund. Mijn vader hees op zijn vijftiende een tentje op zijn fiets en deelde zijn ouders mee: ‘Dág, ik ga kamperen in Luxemburg.’ Opa en oma Biesheuvel vonden het prima, Barend liep niet in zeven sloten tegelijk. Er zijn nog foto’s van. Hij zit met een boek voor zijn tent. Zo braaf. Stro in de tent ook, om op te slapen. Hij probeerde zijn kampeerliefde op mijn moeder over te brengen, wat jammerlijk mislukte. Ze heeft nog even gedaan alsof, maar tien jaar later ging het mis. Wij stonden met onze overburen en hun kinderen op een romantische Wiese ergens in Duitsland, waar je je bij een bron moest wassen in water van tien graden. Wie van de jongens al een min of meer gerijpt geslachtsdeel had, schrok zich rot, want de boel kromp meteen zo erg, dat het een blijvende zaak leek te zijn. Het regende de hele week. Ons deerde het niet, maar toen mijn moeder op een kwade ochtend, nog in pyjama, uitgleed in de modder en daar woedend lag te huilen, luidde dat het einde in van de kampeerervaringen. Ze was er klaar mee.

 

 

Vorig jaar moest ik aan haar denken, toen we in een tent lagen, midden in mijn geliefde bush bij de Luangwa River. Nijlpaarden knorden in het water, hyena’s giebelden hun door veel mensen gehate giechels, er brulde een leeuw in de verte en tegen middernacht bewoog onze tent. Geschuifel. Een olifant. Over onze tent was een rieten dak op palen geplaatst, maar een olifant met een beetje slurf kan natuurlijk aan die tent friemelen. We zagen hem door het gaas van de raampjes. Het laatste wat je moet doen is gillen, het op één na laatste je tent uitlopen. Stil blijven liggen en wachten tot hij het zat is. We hoorden hoe hij takken afbrak. Aan een tent zitten geen takken, dus hij zou vast ophoepelen. Dat deed hij ook. ‘Je moeder zou erin zijn gebleven,’ dacht man. Absoluut. De volgende ochtend wilde ik de tent uitlopen en daar gleed ik onderuit, in een kakelvers olifantengebak. Moest ik huilen? Nee, ik vond het een geinige ervaring. Bij onze tent was een buitendouche. Ik spoelde alle zooi eraf en toen dat hele gebeuren ook nog schaamteloos bekeken werd door twee kauwende giraffen, was ik zo gelukkig. Ik ben benieuwd of ik ooit nog iets meemaak wat aan deze kampeernacht kan tippen. Bedankt pa, voor het kampeergen! En mam? Jij zou vandaag, 7 augustus, 99 jaar zijn geworden. Liefs van je dochter, die ook af en toe uitglijdt…

 

Door: Wieke Biesheuvel

Wieke Biesheuvel werkte en woonde zes jaar in Zambia, is nu voorgoed terug en probeert het Nederlandse leven weer onder de knie te krijgen. Waarbij ze beurtelings verbaasd, boos, dolgelukkig, verward of blij is.

Afbeelding van Wieke Biesheuvel