Een cadeau voor mijn meisje

 

Een iPad moest het zijn. Na 364 dagen wikken, wegen, kiezen en delen was het dit geworden.

 

 

Een iPad moest het zijn. Na 364 dagen wikken, wegen, kiezen en delen was het dit geworden. We hadden het ooit geprobeerd met een tweedehandsje, maar ik moest haar gelijk geven. Een rotding, dat was het. Bovendien waren er heel veel leerzame apps. Dusss.

 

Eerst ging de tocht langs Jamin. Haar verjaardag was kaboom bingo want ze ging ook nog eens op schoolreisje. ‘Dan ben je écht een geluksvogel,’ had haar vriendin V. haar toegefluisterd. Vriendin V was ook bij Jamin. In het schrijven van school stond dat snoep niet per se verboden was, maar dat kauwgom en lolly’s wel werden afgeraden. Gedoogbeleid kortom. Oftewel, zonder zak snoep was je een sukkel. Een loser. Dus zo kwam het dat wij in onze woensdagmiddaghaast ook nog de Oudhollandse snoepwinkel aandeden voordat we richting iPads stiefelden.

 

Halverwege de Macstore keek ik naar mijn rechterarm. Daar hing het rode mandje van Jamin nog aan. We lachten. Bij de Macstore keek niemand raar op. Sterker, er keek überhaupt niemand op. Ik telde snel een slordige zeventien man personeel op een klant of zeven. Acht misschien. Ze hadden iPads in hun handen en droegen lekker informele, groene sweaters. Hier was over gebrainstormd. Veel en lang.

 

Een jongen met baard kwam op ons af. Of hij ons kon helpen. Nou, wij wilden een iPad kopen voor het meisje. Dat het leuk was. Maar dat hij ‘slechts’ floormanager was. Hij ging kijken wie ons het beste zou kunnen helpen. Leek mij kat in het bakkie want al zijn collega’s stonden lachend te wachten op een klant. Dacht ik.

 

We bleven wachten. Zij bleven lachen. En kletsen. Ik liep op de bebaarde jongeman af. Dat het misschien ontzettend aan mij lag en dat ik het niet onaardig bedoelde, maar dat ik, goh, nou, tja dacht dat als al die groene sweaters daar zo relaxed stonden te chitchatten, ze ons misschien wel zouden kunnen helpen. We wilden iets KOPEN namelijk. En snel een beetje.

 

 

 

Dat ze begrepen dat ik het niet begreep. Dat het er misschien heel raar uitzag. Maar dat iedereen een andere taak had. Ahaaa. En dat je natuurlijk door een specialist geholpen wilde worden. Ik sputterde dat ik een iPad wilde. Dat leek me voor hen het equivalent van een brood bij de bakker. En dat ik, goh, tja, neem me niet kwalijk, toch het idee had dat al die mensen het daar niet bijzonder druk hadden per se.

 

De manager gaf me een hand. Een minuut later stond er iemand voor onze neus. Een bijzonder vriendelijke jongen overigens. Welke maat we wilden. En welke kleur. Toen was de iPad verkocht. De rekening werd per email naar me gestuurd. Of er een tasje omheen mocht, vroeg ik. Dat ik daar eigenlijk voor moest betalen, maar omdat we een bijna-jarige in ons midden hadden, kregen we ‘m. Hoezee.

 

Op de terugweg stopten we even bij Jamin om het mandje terug te geven. Het meisje lachte. Het tasje waar we onze aankopen in konden stoppen, was gratis.

 

 

Door: May-Britt Mobach

Afbeelding van May-Britt Mobach