Calimero-complex

Margreet lijdt aan het Calimero-complex en weet precies hoe buitenstaanders daarmee om moeten gaan. Doe er je voordeel mee!

 

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: ik lijd aan het Calimero-complex. En ik kan je zeggen: da’s niet (altijd) leuk!

 

Voor de 45-minners onder u: Calimero is een gruwelijk irritant, betweterig tekenfilmkuikentje met een eierdop op z’n kop die op z’n Nederlands met Italiaanse intonatie te pas en te onpas zijn lijfspreuk scandeert: ‘Want zij zijn groot en ik ben klein, en da’s niet eerlijk’. Het complex dat naar hem is vernoemd, kenmerkt zich door de angst niet serieus genomen te worden.

 

Als ervaringsdeskundige heb ik een antenne ontwikkeld voor dit complex, waardoor ik weet dat het veel wijdverspreider is dan we vermoeden. Voor velen is dit misschien de eerste keer dat ze er überhaupt van horen, maar zeker te weten dat je na het lezen van dit stukje meteen de diagnose stelt bij mensen in je omgeving. Daarom meteen ook enkele handreikingen voor de omgang met… En trust me: ik kan het weten!

 

Wie lijdt aan het Calimero-complex heeft een overdreven bewijsdrang en de neiging het leven nogal serieus te nemen – natuurlijk omdat ‘ie zelf ook serieus genomen wil worden. Het ergste wat iemand met een Calimero-complex dan ook kan overkomen, is dat mensen om hem lachen, terwijl hij niet grappig poogt te zijn. Uitgelachen worden is zo vernederend en verwarrend voor een Calimero-complex-lijder, dat het de onderlinge verhoudingen voorgoed kan verstoren. Het is dan ook van groot belang om pas te gaan lachen als je zeker, zéker weet dat de Calimero-complex-lijder een grapje maakt. En lach voor de zekerheid dan ook als het niet zo’n heel grappig grapje is!

 

De tenen van iemand met een Calimeroschoenneuzen straalt. Je staat erop voordat je het beseft. De schade is dan al onherstelbaar. Om maar even een persoonlijk voorbeeld te geven: ik voel nu nog boosheid (en iets van schaamte daarover) over die keer, vijftien jaar geleden, dat een of andere Italiaan op een bootje in de Rode Zee na mijn grapje tegen me zei: ‘That was not funny!’ Zo’n opmerking is de ultieme rode lap voor het stierenbloed dat door de aderen van de Calimero-complex-lijder kolkt. Ik denk dat die Italiaan haaienvoer was geworden als vriendlief niet de magische woorden ‘Ach joh, Italianen hebben geen gevoel voor humor’ had gesproken. Lesje: zie je dat een Calimero op z’n nummer wordt gezet en/of niet wordt begrepen, zoek dan het grootste pincet dat je vinden kunt en haal de angel eruit met zoetgevooisde woorden, die tegelijkertijd ook nog geloofwaardig klinken. Dat komt vrij nauw, want een Calimero is van nature nogal wantrouwend als mensen op overdreven wijze op zijn hand blijken te zijn.

 

 

Hét stopwoord van iemand met een Calimero-complex is ‘Ja maar…’. Dat spreekt zo iemand doorgaans uit met een kinderstemmetje dat zeer verongelijkt klinkt. ‘Ja maar, dat zei ík toch net ook al?!’ Nog banger dan niet serieus genomen worden is de Calimero-complex-lijder om in het geheel niet gehoord te worden. Er lijkt altijd iemand te zijn die net iets harder roept, net wat meer charisma heeft of net iets meer status. Vernietigend voor het egootje van Calimero, want die weet diep van binnen ál-tijd ál-les beter! Vergeet dus niet te luisteren naar Calimero, want écht, soms komt er uit dat kleine snaveltje heel veel wijsheid.

 

Nu lijkt het misschien heel erg om zo’n complex te hebben, laat staan te moeten verkeren met iemand die het heeft. Maar dat valt dan eigenlijk wel weer mee. Echt! Want als iemand eenmaal van zichzelf weet dat hij aan het Calimero-complex lijdt, dan herkent ‘ie de momenten waarop ‘ie zich als dat tekenfilmkuikentje gedraagt. Beschikt die persoon dan over een béétje zelfrelativerend vermogen, dan lacht ‘ie om zichzelf en zegt ‘Want zij zijn groot en ik ben klein, en da’s niet eerlijk’.

 

Nog één waarschuwing: zeg dat zinnetje nooit, nóóit als iemand in de Calimero-modus zit…

 

Door Margreet Botter

 

Margreet Botter woont met man en zoon in het midden van Nederland. Ze werkte jaren bij Libelle, waar Franska haar baas was. In de loop der jaren bloeide er een voorzichtige vriendschap tussen de twee, die zich nog steeds aan het ontwikkelen is.