Die romantische natuur!

Het heerlijke buitenleven is niet altijd zo idyllisch als het lijkt. Als je in de stad woont, kun je naar hartenlust de natuur romantiseren. In een dorp is dat lastiger, weet Lisette uit ervaring.

 

 

“Mensen die in de stad wonen, romantiseren de natuur”, zei een schrijver op tv, in een discussie over het Boekenweekthema, en hij kreeg bijval. Want stadsbewoners – ach, wat weten die nou. Alleen als je op het land woont, begrijp je hoe bruut en lelijk de natuur kan zijn.

 

Ik ben altijd een romantica geweest en ik heb de natuur dan ook altijd gigantisch geromantiseerd. Op het land wonen was mijn droom. Toch woonde ik het grootste deel van mijn leven in grote steden, in Utrecht, Amsterdam, Rotterdam. 

 

Totdat we tien jaar geleden in een dorp terechtkwamen, omdat daar het Ideale Opa- en Omahuis te koop stond. Aan weilanden gelegen, met uitzicht op groen, slootjes, een paar boerenschuren en de oostelijke einder waar de zon opkomt. Eenden, zwanen, reigers, paaiende karpers die opspringen in de sloot. Idyllisch. Absoluut. 

 

Maar ik begrijp nu wel wat die schrijver bedoelde. Want behalve die oranje zon en die prachtige wolkenluchten is de natuur hier ook: dode kikkers, mollen en babyvogeltjes, waarschijnlijk geveld door onze kat.

 

Koeien die de hele nacht loeien, omdat ze hun kalfje kwijt zijn. Sowieso de ontdekking dat alle kalfjes direct na de geboorte bij hun moeder worden weggehaald, omdat ik zo nodig roomboter en caffè latte moet hebben. Ik heb ze zelf zien staan, die koeienbaby’s, op een biologische boerderij notabene, allemaal in een aparte box. Bij een paar, die nog nat waren van de geboorte, hing een warmtelamp. Genoeg om je ter plekke tot het veganisme te bekeren.

 

En dan die akkers die soms ineens zo kunnen stinken, met wolken meeuwen erboven, en je wéét dat die meeuwen de laatste amechtige wurmen uit de grond pikken, want die komen naar lucht happen omdat ze de chemische mest niet verdragen. 

 

Het zwerfvuil tussen de madeliefjes. 

 

Ach, hou maar op.

 

Ons volgende huis staat in een gezellige woonwijk, op loopafstand van een winkelcentrum. Die opkomende zon ga ik natuurlijk missen, en de geur van gemaaid gras die je tegemoet komt op een zomermiddag. De minder lieflijke elementen van het platteland ga ik subiet vergeten. 

 

Ik ga meteen de natuur weer romantiseren. 

 

Lisette Thooft noemt zichzelf ‘lijf- en schrijfcoach’. Ze schrijft al jaren voor vrouwenbladen en spirituele tijdschriften en is auteur van 17 boeken over persoonlijke ontwikkeling. Daarnaast is ze singer-songwriter, in opleiding tot rebalancer, moeder en grootmoeder.
www.lisettethooft.nl